Wie wel en wie niet?

De hashtag #Metoo, het maakt wat los. Ik heb in het openbaar niet gezegd dat het me too is gebeurd. En ik doe dat ook niet. Want stel, ik zeg me too, moet ik dan ook vertellen wat dan? Ik ben bang voor de oordelen. Ik ben bang dat mensen menen een scheidslijn te mogen aanbrengen in wat wel en wat niet onder #metoo valt. Dus stel dat ik in het openbaar zou zeggen: ja, #metoo en toen gebeurde er ‘dat’. “Ja maar, Maike, dat seksueel grensoverschrijdende gedrag is niet strafbaar bij de wet”.

Okee, maar toen ook #metoo en toen gebeurde er ‘dit’. En ‘dit’ is wel strafbaar bij de wet. “Ja maar Maike, heb je toen niet gelijk van je afgebeten? Gewoon meteen zeggen waar het op staat, dan gebeurt het niet (meer)”.

Dus waarom zou ik hardop #metoo zeggen? Ik durf het niet. Ik ga niet in het openbaar vertellen of er iets en wat er dan precies gebeurd is, omdat ik bang ben voor de oordelen van anderen.

Ik durf niet, want ik ben bang dat mensen zullen vinden dat het niet erg genoeg was.
Of wel erg genoeg, maar ik heb niet adequaat gereageerd.
Of misschien zullen ze denken dat ik die slachtofferrol wel prettig vind.
Of ze zullen denken dat ik het er misschien zelf wel naar gemaakt had.
Misschien danste ik verkeerd, lachte ik te veel, was ik te open, te spontaan, was ik naïef. Eigen schuld, dikke bult dus.

Als ik #metoo’s heb, zijn die bekend bij de mensen die me nabij zijn, die ik vertrouw en bij wie ik durf te delen. En de openbare ruimte en zeker Facebook, daar zal ik mijn verhaal (als dat er is) nooit doen.

Advertenties

Verdwaald

In een nostalgische bui spitte ik door een stapel muziek uit de jaren ’60. Sommige nummers tenenkrommend zoetsappig, maar ook fijne nummers van Q65 en de (toen nog) Golden Earrings (later werd dat één oorring).

Zo kwam ik terecht bij een nummer van Manfred Mann, Pretty Flamingo. Luisterend naar de tekst vroeg ik me af of ik het wel goed verstond. Zei hij daar nou dat een buurmeisje zo mooi was, dat de jongens haar flamingo noemden? Ik googelde de tekst van het nummer en daar stond inderdaad: “ze loopt zo mooi, net een flamingo”.

Het is een poosje geleden dat ik flamingo’s zag, ik kon me dan ook niet meer voor de geest halen of die flamingo’s nou heel charmant rondstappen. Gelukkig hebben we Youtube en daar lopen ook de nodige flamingo’s rond. Afhankelijk van het soort flamingo, kan dat inderdaad best charmant zijn, sommigen lopen inderdaad heel sierlijk.

Nu kun je op Youtube nog aardig verdwalen en dat is dan ook precies wat er vandaag gebeurde. Hoe de route tot stand kwam weet ik niet meer, maar ik ben onderweg bij de volgende haltes gestopt.

Via een stukje natuurdocumentaire over paringsdansen van flamingo’s kwam ik terecht bij een parodie van flamingo’s die iets met Michael Jackson hebben.

Vervolgens ontmoette ik diverse dansende en zingende papegaaien en ook een marcherende papegaai, waar in sommige gevallen marsmuziek onder was gezet.

Uiteindelijk belandde ik bij de mannen van Monty Python en hun Dead Parrot sketch.  Ja, vraag me niet hoe dat allemaal zo gekomen is, zo gaat dat nu eenmaal op dat wereldwijdeweb.

Moggûh, morrie, jodde mörje, goeiemerges

Pffff, een moeizame start op de ochtend na een vermoeiende nacht. Nee, geen kleine kinderen, huilende baby’s of zieken hier. Ook geen last van verwarde ‘fiburen’. Gewoon mijn eigen hoofd dat soms geen rust kent. Koffie dan maar.

Na een opstartritueel dat onder meer koffie, een warme douche, een ontbijtje en nog meer koffie behelst, is het tijd om wat zinnigs te gaan doen op deze ‘roostervrije’ dag. We leven tenslotte in een van oorsprong calvinistische maatschappij en dat heeft zijn sporen nagelaten, althans, bij mij wel. Er moeten Nuttige Activiteiten worden ontplooid, we gaan niet zomaar op ons gat zitten.

Strijken dan maar. Er hangen nog wat schone doch ongestreken overhemden in het washok. De trap op, zachtjes kloppen aan de deur. Ik weet namelijk niet of zoonlief, die daar slaapt, thuis is of niet. Die heeft een studierooster waar geen touw aan vast te knopen is en daarnaast een baan met wisselende uren. Die kan dus overal uithangen.

Voordat iemand de Kinderbescherming op mijn dak stuurt; Zoonlief slaapt natuurlijk niet IN het washok, we wonen hier niet in Klein Zanikem. Het washok is gelegen áchter zijn slaapkamer, dus ik moet hem wel storen als ik wil wassen. En daarbij kwalificeert hij niet voor de doelgroep van Kinderbescherming, die is hij al jaren ontgroeid.

Ik tref een leeg bed en een lege kamer aan, dus Jongstezoon is ofwel aan het werk, ofwel op school. Hij kan ook vermist zijn, maar daar heb ik nu dan nog geen weet van, op dit moment is zijn afwezigheid volkomen plausibel. En nogmaals, het is geen kind meer.

Een vijftal overhemden kijken mij enigszins verkreukeld aan. ‘Willen jullie gestreken worden?’ vraag ik enthousiast, maar de overhemden zwijgen. Nou ja, wie zwijgt stemt toe, dus hup, mee naar de strijkplank.

strijken
Ik kijk een stuk vrolijker tijdens het strijken

En voordat de derde of vierde feministische golf over mij heen komt razen: Man en Zoon kúnnen strijken, maar ik vind het leuk om te doen. In ruil voor mijn strijkwerk zetten zij de vuilnis buiten en stofzuigen, twee klussen waar ik een hekel aan heb. En de rest van het huishouden is eerlijk verdeeld, dus emancipatoir gezien zit het wel goed hier.

stofzuigen
Zo gaat dat hier dus niet. Wij hebben een modernere stofzuiger, die ik overigens bijna nooit ter hand neem

Tussendoor een kort bezoekje van Oudstezoon en zijn Vriendin. Zoonlief gaat met zijn ‘studievrinden’ een weekend weg en er moet een slaapzak geregeld worden. Als (voormalig?) kampeerders hebben we die in huis. Oja, mam, heb jij tafeltennisbatjes? Heel toevallig (maar niet heus) hebben we die ook.  Die liggen in de kelder te verstoffen als een herinnering aan de tijd dat de heren nog mee op vakantie gingen. Er staan nog veel meer items op zijn paklijst, en de reis is lang (met openbaar vervoer in ieder geval) dus ze gaan snel weer verder.

De overhemden kijken me lodderig aan. Kom op jongens, even meewerken, daarna voel je je een stuk beter. En inderdaad, nadat ze de hete stoom op hun rug gevoeld hebben, zien de overhemden de toekomst weer een stuk vrolijker in. Qua Nuttige & Nodige Zaken vind ik het wel weer genoeg voor vandaag, calvinistisch of niet. Ik ga surfen.

Het laatste hoofdstuk

Zoals veel Nederlanders heb ook ik de nodige verzekeringen. Wij schijnen bekend te staan als ‘(te) goedverzekerd’, na de Zwitsers zijn we het op één na duurst verzekerde volk. Dat u dat even weet.

Een van mijn verzekeringen betreft een uitvaartverzekering. Hoe gaat dat, ooit heb je jezelf verzekerd voor het laatste afscheid, bent daarmee lid van een club geworden en ontvangt een clubblad met interessante weetjes over uitvaarten en wat dies meer zij. Ik lees dat met belangstelling, ik ben geïnteresseerd in het hoe & wat na mijn verscheiden. Wat er na de dood met mijn ziel gebeurt, daar heb ik al de nodige voorlichting over gehad, in die reglementen schijnt ook weinig te veranderen. Wat er met mijn levenloze lichaam allemaal kan en mag, dat kan in de loop der jaren wijzigen door aangepaste wetgeving. Ik vind het goed om daarvan op de hoogte gehouden te worden.

Ongetwijfeld heb ik, als lid van de club, ook ooit een “eigen persoonlijke omgeving” aangemaakt. Waar je vroeger een formulier invulde om aan te geven wat je wensen waren, gebeurt dat nu allemaal online. Ik was al half vergeten dat ik het account had, maar werd daar onlangs aan herinnerd door de club die mijn lichaam na mijn dood zal afvoeren & wegwerken.

Ik kreeg een mailbericht, dat de online omgeving gaat verhuizen en dat ik me even op mijn account diende te melden, want zou ik dat niet doen, dan kwam mijn oude account te vervallen. Hoeveel tijd ik eerder in het maken van dat account gestoken had, dat wist ik niet meer, maar het zou zonde zijn als dat voor niets was geweest, dus ik logde in.

Het begon allemaal eenvoudig; of ik misschien nog gegevens diende aan te vullen, miste er wellicht een telefoonnummer? Nadat ik mijn gegevens had aangevuld (er miste inderdaad een telefoonnummer) had het systeem nog wel wat aanvullende vragen. Wilde ik misschien ‘mijn wensen’ inzien? Nu wist ik niet precies meer wat ik daar had ingevuld, dus ja, dat wilde ik wel.

Helaas bleek, dat ik nog helemaal niets had ingevuld omtrent mijn wensen, althans niet in dit account. Dus wat doe je dan, je begint eerst maar eens met aan te geven of je begraven, dan wel gecremeerd wenst te worden. Volgende vraag: wie mag uw uitvaart verzorgen? Oké, antwoord ingevuld. Maar vervolgens blijken er nog best veel vragen te zijn, waar je allemaal iets van mag vinden.

Je mag ook zeggen ‘dat laat ik aan mijn nabestaanden over’, maar voor wie graag over zijn eigen graf heen regeert, is dit natuurlijk een uitgelezen kans. Waar wil ik opgebaard worden? Wie mogen er langskomen als ik opgebaard lig en wil ik in een open kist of niet? Advertentie ja/nee, bidprentje/bedankkaartje, wat voor kist, wat voor bloemen? Na een hele lijst aan wensen ‘vóór de uitvaart’, bleken er ook nog een hoofdstuk ‘de dag van de uitvaart’ en ‘na de uitvaart’ te bestaan.

Enfin, ik kwam op stoom en vulde de lijst tot het einde toe in. Er was veel mogelijk. Uitvaart in een witte koets met paarden? Het kan. Uitvaart in een motor met zijspan? Is mogelijk. Een nostalgische bus? Kan ook. Uitvaart in een bakfiets? Ja hoor, wat jij wilt. Het kan allemaal. Het gaat zelfs zover dat ik mijn eigen rouwdrukwerk alvast kan uitkiezen, met bijvoorbeeld een achtergrond van witte rozen, een kruis, een zonsondergang, een kerkraam, vogels in de lucht, een eindeloze weg en ga zo maar door.

Ik ben alleen een beetje bang, dat deze lijst er niet alleen voor mij en mijn nabestaanden is. Ik verwacht elke dag een telefoontje van ‘de club’, waarin mij zal worden verteld dat ik -gezien mijn wensen- eens zou moeten denken aan bijverzekeren. Want tja, een koets met paarden moet ook betaald worden, alsmede de koetsier.

Het geheel had nog een grappig/luguber* staartje (* = afhankelijk van uw gevoel voor humor doorhalen wat niet van toepassing is), je kunt aangeven met wie je je account wilt delen, zodat diegene er ook echt in kan, als je het hoekje om bent. Ik meldde een gegadigde aan en die kreeg vervolgens het volgende mailtje:

Mijn uitvaartwensen alvast op papier

Beste puntje puntje (hier staat de naam van de nabestaande uiteraard),

Niet schrikken, ik ben niet overleden. Toch leek het mij zinvol om eens na te denken over wat ik voor uitvaart ik zou willen. Daarom heb ik een account aangemaakt bij uitvaartorganisatie ‘De Club’. Je hoeft er nu nog niets mee te doen, maar mocht mijn tijd zijn gekomen, dan wil ik graag dat jij iets van mij erft: mijn ‘Club’ account.

En dan dus een verdere uitleg over het account. Maar vooral die eerste zin, lekker pakkend: niet schrikken, ik ben niet overleden…..

U begrijpt al, ik heb er niet veel moeite mee om over het laatste hoofdstuk te praten. Behalve deze wensenlijst heb ik -om het de nabestaanden makkelijk te maken-  ook een overzicht gemaakt van eventuele grafmonumenten, welke mijn goedkeuring wél kunnen wegdragen en (vooral ook) welke níet. Wat ze er uiteindelijk mee doen? Dat kom ik niet meer te weten. Ze zoeken het maar uit ook. Ik kan wel van alles willen, maar uiteindelijk hebben zij de regie. En een pot met geld waar ze het mee moeten doen.

Mocht de verzekering inderdaad wat te karig zijn voor al mijn wensen, dan heb ik wel tips waarop ze kunnen besparen:

Naar bed, naar bed, zei Duimelot

‘Ik ga alvast naar boven met Trevor.’ “Is goed schat, ik kom zo.” Een soortgelijk gesprek kun je bij ons thuis vaker horen in de avond. Ik kondig aan met wie ik in bed ga liggen, Manlief belooft dat hij ook zo komt. Als hij dan boven komt, treft hij me bijvoorbeeld aan met Trevor, die me vertelt over de apartheid in Zuid-Afrika. Of met Ken, die me vertelt over de bouw van een kathedraal in Engeland in de Middeleeuwen. Of met Saskia, die een heel eng en spannend verhaal vertelt.

Echtgenoot heeft er geen bezwaar tegen. Soms vertel ik hem iets over wat ik net gelezen heb, of raad hem aan een bepaald boek óók te gaan lezen. Wie ik ook meeneem naar boven, hij weet dat ik het snoepje van de week na verloop van tijd opzij leg en in zijn armen in slaap val. Want dat is liefde.

reading-in-bed

Bij de wilde beesten af

Sinds ik vorige week een muis aantrof in mijn washok op zolder, zit bij mij de schrik er in. Iedere keer als ik nu naar boven ga, doe ik heel omzichtig de deuren open en met een spiedende blik kijk ik rond. Gelukkig heb ik na die laatste ontmoeting geen ongenode gasten meer gezien.

Nu zul je misschien denken: wat maak jij je druk om muizen, je hebt ratten als huisdier. Tja, een kattenliefhebber die ineens een poema op de stoel voor de open haard aantreft of een hondenliefhebber die zich in huis met een wolf geconfronteerd ziet, zullen ook zo hun bedenkingen hebben, ondanks hun liefde voor hun dier. Een gedomesticeerd dier is toch een heel ander verhaal dan een wild dier.

Giraf in je huis
Giraffen aan de ontbijttafel; in dit hotel in Kenia is het dagelijkse kost

Dus een wilde muis en een tamme rat komen uit twee verschillende werelden. En natuurlijk zijn onze ratten ook niet te vergelijken met de ratten die je buiten of in het riool aantreft. Deze tamme ratten zijn speciaal gefokt, om te houden als huisdieren, van kleins af aan gewend aan de mens. Slimme en schone dieren, intelligent ook. Zo kun je ze van alles leren en zijn die van ons zindelijk. Ze gaan op een rattenbak, kleine versie van een kattenbak (hoewel ze dat alleen tijdens het spelen buiten de kooi doen, in de kooi maken gaan ze er wat makkelijker mee om).

Enfin, ik hoop van harte dat de twee werelden vanaf heden weer gescheiden blijven, muizen buiten en ratten, althans de schmoopies die wij hebben, mogen binnen.

Deze mannen zijn niet uitgerukt om een huiskat te vangen. Ze waren op zoek naar een poema
Deze mannen zijn niet uitgerukt om een huiskat te vangen. Ze waren op zoek naar een poema

Moord in het dorpshuis, nee de pastorie, nee het verpleeghuis

Ik lees graag en dan vooral detectives, thrillers, politieromans, historische detectives en wat dies meer zij. Als er maar wat uitgezocht en opgespoord moet worden. En het liefst moet er ook recht gedaan worden aan het eind, ik houd van ‘rechtvaardigheid’. Zuster Fidelma, Mma. Ramotswe, Hercule Poirot, De Cock (met c-o-c-k), Willem Lootsman, Anne Kramer, Damyaen Roosvelt, Miss Marple, ze zijn allemaal graag geziene gasten hier. Of het verhaal nu in Amsterdam speelt, op het Engelse platteland, in Ierland, in Botswana of in het fictieve plaatsje Duynhaeven, ik ga graag mee op reis.

Een kruik venijn van Marian de Haan
Een kruik venijn van Marian de Haan

En als ik dan weer zo’n heerlijk boek lees, verzucht ik bij mezelf: als ik toch eens zo kon schrijven. Wat zou me dat leuk lijken.

Een verhaal te verzinnen over (bijvoorbeeld) een dode vrouw die wordt gevonden in het dorpshuis. Nee, in het verpleeghuis, of nee, toch maar in de pastorie. Een vrijwilligster die even op de pastorie moet zijn om iets op te halen, vindt tot haar schrik het lichaam van de matrone van de vrijwilligers. Wat is er gebeurd, wie heeft het gedaan?

Tijdens het onderzoek blijkt al snel dat de lieve oudere dame die zo smadelijk de dood vond, niet zomaar iemand was. De rechercheur van dienst (ik moet nog bedenken of dat een man dan wel een vrouw is) komt erachter dat zij geen katje was om zonder handschoenen aan te pakken. Sterker nog, zij was eigenlijk een bitch, die met ijzeren hand het parochiebestuur en alle andere vrijwilligers onder de knoet probeert te houden.

Niets is wat het lijkt in deze parochie. De pastorie wordt niet meer bewoond, maar is al sinds jaar en dag in gebruik voor vrijwilligersdoeleinden. De beveiliging is naatje pet, de camera die in de gang hangt, blijkt een nep-exemplaar te zijn, om inbrekers af te schrikken, maar hij filmt dus niets. Er zijn tientallen sleutels in omloop bij evenzovele vrijwilligers. Iedereen kan dus in en uit lopen. En doet dat ook.

De rechercheur zit met zijn (of haar) handen in het haar, want wat speelt hier allemaal? Gelukkig is de slimme vrijwilligster die het lijk gevonden heeft bereid om mee te denken en zich er tegenaan te bemoeien. Zij heeft kennis van binnenuit en kan zich makkelijk onder de andere vrijwilligers (en wellicht verdachten?) begeven.

Interieur kerk
Interieur kerk

Waarom moest mevrouw De Munnik dood? Wat wist zij? Heeft ze de penningmeester met zijn hand in de kas betrapt? Heeft ze gezien dat de organist en een dame van de bloemenclub (beiden gehuwd met iemand anders uiteraard) een amoureuze ontmoeting hadden in de sacristie? Heeft ze de voorzitter gechanteerd tot het hem teveel werd? Komt het uit haar persoonlijke omgeving maar is ze opzettelijk in de pastorie vermoord, om de aandacht af te leiden van haar eigen gezin? Heeft haar verleden haar dan toch eindelijk ingehaald? Of is ze het slachtoffer van verwisseling, heeft zij de giftige cake opgegeten die eigenlijk voor de pastoor bestemd was? Het blijkt al snel dat niemand mevrouw de Munnik echt aardig vond, maar is dat een motief voor moord?

Agatha Christie
Agatha Christie

Kortom, er valt heel wat uit te zoeken. Het zou me heerlijk lijken om er een leesbaar en coherent verhaal van te maken. Maar ik vrees dat dat er niet inzit. Dus ik fantaseer en mijmer maar wat over mijn spannende boek, dat er nooit zal komen.

Namen en plaatsen zijn vol-ko-men fictief, dat begrijpen jullie wel 😉

Als feit en fictie door elkaar gaan lopen

Even had ik de indruk dat het boek waarin ik gisteren zat te lezen, verder speelde in het nieuws van vanmorgen. “Leden arrestatieteam zwaargewond door explosie” en “Ooggetuige explosie: ‘Er was minutenlang paniek'”. En dit alles, dames en heren, vond plaats in Spaarndam, een dorp waar ik in mijn jongere jaren gewoond heb.

Beelden uit de media 14 december 2016
Beelden uit de media 14 december 2016

Ik lees momenteel het boek ‘De IRT-infiltrant’ van Joop van Riessen*. De boeken van deze voormalig hoofdcommissaris van politie in Amsterdam zijn wat mij betreft echte Nederlandse politiethrillers. Herkenbaar vanwege de locaties en vanwege het geschetste politieke en maatschappelijke klimaat. Vlot geschreven, door iemand die het wereldje van politie en justitie van binnenuit kent. Van Riessen gaat de heftige kanten van het politiewerk niet uit de weg.

Een aantal van zijn boeken spelen zich af in en rond Spaarndam. Gisteren nog las ik in ‘De IRT-Infiltrant’ over een spannende inval in een huisje aan de dijk, waar twee criminelen naar toe gestuurd zijn om iemand te vermoorden. En Anne Kramer, de chef Zware Criminaliteit die de hoofdrol speelt in de serie boeken, probeert dit te voorkomen.

Joop van Riessen De IRT-infiltrant
Joop van Riessen – De IRT-infiltrant

De afschuwelijke actualiteit, waarbij twee zwaargewonden vielen, leek even op een vervolg van het boek. Voor de laatste updates hiervan verwijs ik naar de verschillende nieuwssites.

Nog even over Van Riessen: hij put in zijn boeken uit zijn eigen ervaring. Zo voert het plot van ‘Paniek op de Haarlemmerdijk’ terug op een van zijn eerste zaken (’74), die zeer veel indruk op de toen nog jonge Van Riessen maakte. Door zijn ervaring is het een goed beschreven en geloofwaardig verhaal geworden.

Als je geïnteresseerd bent geraakt heb ik nog wel een tip: lees de boeken in chronologische volgorde. In de latere boeken wordt teruggegrepen op eerdere gebeurtenissen en soms wordt de plot van een eerder boek vrijgegeven.

De boeken over Anne Kramer zijn in deze volgorde uitgegeven:
Vergelding (2009)
Fatale herkenning (2010)
De bonusmaffia (2011)
De eerste dode (2012)
Paniek op de Haarlemmerdijk (2013)
Gijzeling in de Jordaan (2014)
De IRT-Infiltrant (2015)
Moord op de Tramhalte (2016)

 

* Joop van Riessen was van 1965 tot 2004 werkzaam bij de Amsterdamse politie.

Daarna is hij als algemeen adviseur verbonden geweest aan het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement te Den Haag.

Vanaf 2008 leidt hij zijn eigen onderneming: Joop van Riessen, Communicatie & Advies.

Van Riessen, die in zijn loopbaan ruime ervaring met verschillende media heeft opgedaan, is een veel gevraagd spreker over het onderwerp: leiderschap. Ook verzorgt hij lezingen over zijn oude vakgebied: politie en veiligheid. Daarbij brengt hij op kritische en heldere wijze het veiligheidsvraagstuk van dit land voor het voetlicht.

Van Riessen leidt congressen als dagvoorzitter en geeft trainingen en adviezen aan directies. Schrijft boeken en columns en is regelmatig te zien in verschillende tv programma’s.

NB (waarom er nog geen films zijn gemaakt gebaseerd op zijn boeken, is me een raadsel. Ik adviseer de eventueel geïnteresseerde regisseur wel minstens anderhalf tot twee uur uit te trekken, een aflevering van drie kwartier zou geen recht doen aan zijn verhaal)

Lopen maar

Een stukje lopen is goed voor je. Niet dat het altijd even makkelijk is om voldoende te bewegen, er zijn genoeg belemmerende factoren. Zelf probeer ik ook elke dag een stuk te lopen. En ik word hierbij aangemoedigd door een heerlijk stukje techniek; de activity tracker.

Je zou het apparaat ernstig tekort doen wanneer je het woord activity tracker naar het Nederlands vertaalt als ‘stappenteller’. Mijn armbandje doet namelijk veel meer: hij houdt mijn bewegingsactiviteit bij (weet zelfs of ik fiets of loop), hij kan afstanden bijhouden, aantal gelopen stappen, hoeveel verdiepingen dat ik beklommen heb, hij meet mijn hartslag en kijkt hoelang en hoe (on)rustig ik geslapen heb. Ik sta met hem op en ga met hem naar bed. Letterlijk.

Bij de polsband hoort natuurlijk een kekke app. Want zeg nu zelf, wat wordt er tegenwoordig nog geleverd zonder bijbehorende software? In het dashboard van de app krijg je het overzicht: hoeveel je gelopen hebt, hoeveel calorieën je daarmee verbrand hebt, aantal gelopen kilometers en nog veel meer.

Zomaar een zaterdag
Zomaar een zaterdag (niet het hele dashboard kon worden afgebeeld, een aantal metingen ontbreken op dit plaatje)

Het motivatiesysteem dat gebruikt wordt, is afgekeken van de lagere school: als je je werk goed gedaan had, werd je beloond met een stempel of een plaatje in je schrift. Dat plaatje kon een stickertje met afbeelding zijn of een glimmende ster bijvoorbeeld. Het werkt hetzelfde; heb je voldoende (dat wil zeggen 8 uur) geslapen, dan verschijnt er bij het slaapsymbool een groene ster in je dashboard. Zodra je 10.000 stappen hebt gemaakt wordt het wandelsymbool groen en ter verhoging van de feestvreugde begint je armband te trillen. Het bijhouden van de doelen werkt met kleuren; een balkje dat langzaam groeit en eerst geel, vervolgens oranje en uiteindelijk groen kleurt. En daarbij dus soms ook nog een sterretje of lachend gezichtje.

Verder kun je ook nog ‘extra mooie’ plaatjes verdienen, de badges. Voor 20.000 stappen op één dag krijg je de ‘High Tops’ badge.  Heb je een allover totaal van 1.184 kilometers gelopen, dan krijg je de Italy badge. (want blijkbaar meet Italië van boord tot hak 1.184 kilometer). Heb je op 1 dag 75 (!!) verdiepingen beklommen dan krijg je het zogenaamde Ferris Wheel (reuzenrad). Voor een totaal van 4.000 verdiepingen krijg je de ‘747’ badge (inderdaad, genoemd naar de Boeing 747, die vliegt blijkbaar 4.000 verdiepingen hoog).

De 747 badge
De 747 badge

Op het moment dat ik dit schrijf heb ik volgens het apparaat sinds de aanschaf twee miljoen negenenzeventigduizend achthonderd achtennegentig stappen gezet. Je, u leest het goed: 2.079.898. Ik bedoel maar. Dat had ik zonder armband niet geweten.

Over zo’n uitgebreid sieraad is nog veel meer te vertellen, dus wie weet ~~wordt vervolgd?~~

Seinfeld

Ah,  Seinfeld! De ‘show about nothing’ die wekelijks velen aan de buis gekluisterd hield. Gedateerd inmiddels,  maar nog steeds zijn houdbaarheidsdatum niet gepasseerd. Het is een van de weinige series die ik (volledig!) op dvd heb. Als je ziek bent is er maar één remedie; zakdoekjes, kippensoep en Seinfeld. Die zakdoekjes zijn nl.  ook handig als je niet verkouden bent,  want grote kans dat je tranen in je ogen krijgt van het lachen.

Seinfeld voelt als binnenkijken bij vrienden. Neuroten,  met hun eigen tics en eigenaardigheden. Ze hebben allemaal wel wat,  net als wij zelf allemaal wel wat hebben. Je hoeft je niet te schamen voor je eigen zwakheden,  zij hebben die net zo goed.

Het is een sterke formule, als je een serie over niets weet neer te zetten,  waar kijkers nog regelmatig op terugvallen. Mij schieten op de meest onmogelijke momenten scènes uit Seinfeld te binnen. Ik heb zo mijn eigen binnenpretjes dankzij het archief in mijn hoofd.

Vandaag een kleine clip uit de serie,  waarin George zich afvraagt ‘who are the Dutch?’