Categorie archief: Onze Taal

“Dikshit!! Eh!! We gaan eten!!”

Daar is hij weer: de lijst van meest bijzondere babynamen van het afgelopen jaar. Op de website van RTL las ik een aantal namen, waarvan ik niet kon geloven dat die aan kinderen in Nederland zijn gegeven én toegestaan. Maar na een onderzoekje bij de SVB  -de instantie die de kinderbijslag uitkeert en dus echt wel weet hoe de nieuwgeborenen heten- bleek dat deze namen toch echt gegeven zijn…. Arme kindertjes.

Is dat leuk, dat je de rest van je leven je naam zult moeten spellen? We hadden al Xess Xava Schneijder. Maar het kan altijd erger.

Want wat te denken van de naam Dikshit (voor een jongen) of Eh (voor een meisje)?
Serieus, deze namen zijn afgelopen jaar op een geboortekaartje verschenen.

Mama, papa, wat heb ik jullie misdaan?
Mama, papa, wat heb ik jullie misdaan?

Mensen willen vooral uniek zijn, lijkt het. Waarschijnlijk hebben de ouders van Xzayique  de Scrabble-doos omgegooid en kwamen zo op het lumineuze idee hun zoon zo te noemen. Het zal wel altijd een raadsel blijven wat de ouders van Clay’Jahvanslyio  (jongen), Djiencionnairo (jongen), Nnarbys-Lenay (meisje), X’Jeàneyshá-Treángelys (meisje) of Zikoranaudodimma (meisje) bezield heeft toen ze de naam voor hun kind uitkozen.

Ik hoop dat Amen (jongen en meisje), Islam (jongen), Moslim (jongen en meisje), Jood (jongen) en Zeus (jongen) niet al te zeer worden aangekeken op de creativiteit van hun ouders. En dat geldt ook voor de kleine Godmother (meisje).

De jongens die gebukt gaan onder de namen: Aykut, Khakdel, Dikshit, Phuc en Tyten worden hopelijk niet al te erg gepest met hun vreemd klinkende namen. Net als Eylül (meisje) trouwens…..

Zouden de ouders van Kommer (jongen) en Sip (jongen) niet blij geweest zijn met de komst van hun zoon? Vraag me af of de geboorte van Surprise (jongen) een verrassing was.

De ouders van Loveson (jongen), Lovelace (jongen), Amor (jongen) en Lovely-Faith (meisje) willen ongetwijfeld duidelijk maken met hoeveel liefde hun kinderen ontvangen zijn.

Karaktervolle namen in 2015 waren Lief (meisje), Ruig (jongen), Stoer (jongen) en Helder (jongen), evenals de Engelse varianten op dit thema: Clever (jongen), Genius (jongen), Gentle (jongen) en Precious (jongen).

Kortom, elk jaar is het weer bijzonder om te zien wat mensen op een geboortekaartje zetten. En 2015 was daarin geen uitzondering.

Neeeeee, nee, nee, nee, NEEEEEEEEEE
Neeeeee, nee, nee, nee, NEEEEEEEEEE
Advertenties

Een mán in een jurk -reactie

Ik ben een groot liefhebber van onze taal en van Onze Taal. Onze Taal is het maandblad van het genootschap Onze Taal: Nederlandse vereniging van taalliefhebbers. Ze schrijven over taalnieuws, geven advies en informatie over taal.

In het blad Onze Taal van november, staat de column Raarwoord van Guus Middag. Dit keer gaat het over de Smeerpoets. Hij vertelt daarin over het ontstaan en de achtergrond van het woord smeerpoets, volgens Van Dale een “morsig mens” en ook wel “een (tamelijk goedmoedig) scheldwoord voor een kind dat kliedert”.

Vroolijke versjes met oolijke plaatjes - voor kinderen ter leering en vermaak
Vroolijke versjes met oolijke plaatjes – voor kinderen ter leering en vermaak
Middag schrijft onder meer:
“…. Volgens Hoffman zou het slecht aflopen met kinderen die zo weinig kam en schaar gebruiken. (..) Het bijbehorende plaatje was bedoeld om ongehoorzame kinderen schrik aan te jagen.
Maar de tijden zijn veranderd. Mannen dragen parfum en make-up en vrouwen laten hun baard staan – en hebben daar succes mee.”

Ik neem aan dat hij hier doelt op Tom Neuwirth, een Oostenrijkse zanger die – verkleed als vrouw – het Songfestival 2014 won. Maar het gaat hier niet om een vrouw met een baard, het gaat hier om een mán in een jurk, dat is toch echt wat anders.

Vanaf het moment dat dit een nieuwsitem werd, ergerde ik me eraan dat deze man consequent ‘de vrouw met de baard’ wordt genoemd, maar ja, eigenlijk verwacht ik van de reguliere media niet beter. Die moeten het hebben van opvallende koppen, anders lezen de mensen het niet. Het hoeft niet te kloppen wat er staat, als het maar opvalt. Echter, van medewerkers van een blad als Onze Taal, mag je toch verwachten dat zij correct met taal omgaan. Een man in een jurk is geen vrouw met een baard.

—————-

Naar aanleiding van een post op Facebook heeft Onze Taal de volgende reactie geplaatst:

onze taal

 

Dooddoeners, afhouders, dijenkletsers

Gisteren heb ik al kort de dooddoener  aangestipt, maar wist u ook dat er een boek is over dit verschijnsel? In 1995 verscheen Als mijn tante een snor had… Meer dan 8000 gelijkhebbers, afhouders, dijenkletsers en andere uitdrukkingen met de Nederlandse taal van Inez van Eijk. In dit boek zijn stoplappen en dooddoeners verzameld en ingedeeld in verschillende categorieën.

Tegen kinderen worden de gekste dingen gezegd:
Op de vraag ‘Wat eten we?’ Husse met je neus ertussen
Als iets lekker is: Spekkie voor je bekkie.
Als ze mee willen praten of een mening hebben: Jij? Jij bent nog niet eens droog achter je oren. Hoe oud ben je nu helemaal? Jij bent de chef bezemkast.
Als ze dorst hebben: Heb je dorst, ga dan naar Hans Worst, die heeft een hondje (etcetera)

Ook tegen anderen weten we van wanten:
Vergeetachtig? Als je hoofd niet vastzat vergat je dat ook nog.
In gedachten? Een stuiver voor  je gedachten.
Bijdehand? Zo, jij bent ook niet op je mondje gevallen.
Regel het zelf maar: Je kent de weg en spreekt de taal.
Zo kom je er: Poortje door, hekkie over.

Mensenkennis: Ons kent ons. Een mens kent zichzelf het best. Ik ken hem langer dan vandaag! Onze Lieve Heer heeft rare kostgangers.

Dikke vrienden: Dat is één pot nat. Van (met) hetzelfde sop overgoten. Waar je mee omgaat, word je mee besmet. Soort zoekt soort. Hij is er kind aan huis. Ze lopen de deur bij mekaar plat.

Cadeautjes: Dat had je nou niet moeten doen. Dat had toch niet gehoeven. ’t Is maar een aardigheidje. Het is vanuit een goed hart. Dat je er maar lang plezier van mag hebben. Het mag geruild worden.

Bedankjes: Je komt er maar een keer voor zingen. Smeer het maar in je haar. [je hoeft niet te bedanken]

Verwensingen: Je kan de pot op! Ga je moeder pesten! Krijg de rambam/het heen en weer/iets aan je lip/de zenuwen/de pip/het leplazerus

Als: As is verbrande turf. Als mijn tante een snor had, dan was ze mijn oom. Als mijn tante wieletjes had, dan was ze een locomotief. Als de hemel valt zijn we allemaal dood.

Logisch: Nogal logisch/nogal wiedes. Dat zat er dik in. Daar heb je het al. Hoe kan het ook anders.

Hoe gaat het ermee? Ach, wat zal ik zeggen… Druk, druk, druk.  Z’n gangetje… Het houdt niet over. We leven nog. Ach, je moet wat hè. Het valt wel, maar niet mee. Ik mag niet klagen anders deed ik het wel.

En dan deze nog: Ik zeg maar zo, ik zeg maar niks. Onder ons gezegd en gezwegen. Als je het mij vraagt… Drie keer raden. Dat was dan dat. Zeg nou zelf. Dat moet je nooit hardop zeggen. ’t Is wat. Práát me d’r niet van.

Dit is maar een kleine bloemlezing, onze taal is rijk aan dit soort uitdrukkingen. Breek me de bek niet open…..

En als ík een snor had, zag het er waarschijnlijk zó uit……

Dooddoeners

Nee, dit stukje gaat niet over de boeken van Harry Potter, waarin Dooddoeners volgelingen van de duistere heer Voldemort zijn.

De doodddoeners waar ik het over heb, zijn ‘nietszeggende argumenten die een gesprek van het onderwerp afbrengen’. Het gesprek slaat dood zogezegd.
De allerbekendste, waar menigeen in zijn/haar vroege jeugd al mee te maken krijgt, is: Waarom? Daarom! En ook niet onbekend: Als…. Als? As is verbrande turf.
Wordt er ‘in het kader van terrorismebestrijding’ aan de privacy gemorreld, dan klinkt het; Als je niet te verbergen heb, heb je niets te vrezen.
En zo zijn er nog vele.

De laatste tijd betrap ik mezelf erop, dat ik het ook doe, door te zeggen: het is wat het is. En ik ben niet de enige. Ik gebruik het in situaties om aan te geven, dat ik me maar al te goed bewust bent dat bepaalde situaties misschien niet prettig zijn, maar ook niet (door mij) te veranderen zijn, en dat ik het er maar mee te doen hebt. Het is een soort berusting.
Tja, het is wat het is.

Van de site Brand Industry

Onze taal, onze fouten

Het blijft een lastige taal, het Nederlands*. Er is van alles aan te merken op het taalgebruik (zowel schriftelijk als gesproken). Vooral op dat van anderen, want onze eigen fouten zijn de welbekende balk in het oog (Mattheüs 7, 3-5). Op internet circuleren de nodige lijstjes, van taalergernissen tot taalfouten.

Zo vind je genoeg voorbeelden van woorden die vaak verkeerd gespeld worden.
Zomaar eens een greep uit deze lastige jongens:
– abonnee (1 b en dubbel n)
– blocnote
– budgettair
– guerrilla (dubbele r en l)
– tezamen (dus niet tesamen)
– agressief (slechts 1 g)
– verticaal
– onmiddellijk
– sowieso (ook gevonden: so wie so, zowiezo, zo-wie-zo, sowiezo, zowieso, zo ie zo en zo-en-zo)
(overigens; ZoieZo is de naam van een hiphopformatie)
– accommodatie
– grind
– kunststof
– interview (geen vieuw)
– omtrent (geen trend)
– bureaus (geen bureaux)
– niveau (geen nivo)
– nochtans (geen nochthans of nogthans)
– satelliet (dubbel l)
– comité (1 m)
– dilemma (1 l en dubbel m)
– liniaal
– en zo kun je nog heel lang doorgaan…..

Zoals je ziet is het dus bijdehand om een goede woordenlijst bij de hand te hebben.

————

* ik pretendeer niet zelf foutloos Nederlands te schrijven en spreken, maar dat terzijde

Onze taal – de schrijver

Toen ik eens in een klooster te gast was, haalde ik uit de gastenbibliotheek een boekje met korte stukjes van Godfried Bomans. De van huis meegenomen lectuur was boeiend, maar wat zwaar vlak voor het slapengaan en ik had behoefte aan wat luchtiger leesvoer. Dit boekje, getiteld ‘Beminde gelovigen’ voldeed wat dat betreft goed.

De stukjes in dit bundeltje gingen over het katholieke leven indertijd en bevatte ook jeugdherinneringen van de katholieke schrijver. Je zou denken: dat is toch bij uitstek geschikt voor de gastenbibliotheek in een klooster, maar ik heb daar een kanttekening bij. Immers, de rust en stilte die men in een klooster zoekt, worden ernstig verstoord als gasten niet meer bijkomen van het lachen. In een klooster past hooguit een klein gniffeltje, een zacht lachje. Maar door de rake beschrijvingen die ik als het ware voor me zag, had ik bij tijd en wijle moeite me te beheersen. Maar misschien kwam dat ook wel, omdat ik juist in een omgeving was, waar stilte past.

Wat schrijft de grote Bomans zoal? Ik zal met twee voorbeelden illustreren waarom ik hem een groot schrijver vind.

Uit: ‘Priesters van vroeger’ – Beminde Gelovigen

Deze pastoor (Reinenberg) heb ik enige maanden lang voor Onze Lieve Heer zelf aangezien. Men gelieve dit niet als beeldspraak op te vatten, het is letterlijk waar. Ik was vijf, toen mijn moeder mij eens naar de paterskerk bracht, want men kon het godshuis onder het motto ‘in de kerk is altijd werk’ niet vroeg genoeg betreden. Zij wees mij bij die gelegenheid het tabernakel aan met de woorden: ‘Dáárachter zit nu Onze Lieve Heertje’, want men verkeerde in roomse kringen met het Opperwezen op nogal vertrouwelijke voet. Ik zag echter de sacristiedeur hiervoor aan en juist op dát ogenblik kwam pastoor Reinenberg eruit te voorschijn. Zo heb ik enige maanden lang het voorrecht genoten God zelf door de straten van Haarlem te zien wandelen, klein sigaartje in de mond. Helaas, op een keer nieste hij en dit kon ik met de illusie van het Opperwezen niet langer verenigen.

Ik ben te jong om optredens van Bomans gezien of gehoord te hebben, de beste man is in 1971 al overleden, maar er zijn nog steeds filmpjes van hem op Youtube te vinden. In 2006 en 2009  zijn er luisterboeken uitgekomen waarop hij voorleest uit de hoogtepunten van zijn oeuvre. Dus ook degenen die hem niet ‘meegemaakt’ hebben, kunnen hem op deze wijze enigzins leren kennen. Zelf was ik al jong fan van hem, door de leesboekjes van Pim, Frits en Ida die wij op de lagere school gebruikten. En ook op latere leeftijd bleef hij mij boeien. Hier volgt nog een stukje uit de bundel.

Uit: ‘Het Leger de Heils’ –  Beminde Gelovigen:

Op een grasveld in de Haarlemmerhout, dat meer gemeenzaam met ‘het vlooienveld’ werd aangeduid, kwam des zondagsmiddags in mijn jeugd het Leger des Heils bijeen. Omdat ik op die middag weinig omhanden had miste ik in mijn stijf gestreken matrozenpakje zelden een bijeenkomst. De soldaten marcheerden monter het veld op en gingen in een kring om hun leider staat met de vastbesloten blijheid van mensen, die weten dat ook de spotter bekeerd kan worden. Daarna nam de kapitein ingetogen zijn pet af en sprak met stijf toegeknepen ogen een opwekkelijk woord. Deze man had, zo zei men, veel meegemaakt. Hij was dientengevolge zo ruim van opvattingen, dat hij soms kwetsend werd. Zo streek hij mij een over het hoofd en vroeg of ik soms een rooms jongetje was. Toen ik dit bevestigd had riep hij royaal ‘Hindert niet hoor!’ en dit leek mij ongepast, daar immers alle mensen buiten de rooms-katholieke kerk abuis waren.

De naam Godfried Bomans viel vroeger thuis weleens, maar dan vooral als omgebogen vloek. Stel, iemand begon met Godvr…. realiseerde zich nog nét dat er kinderen aanwezig waren en eindigde dan snel met ‘ied Bomans’ om nog enigzins te redden wat er te redden viel. Godfried van Bouillon was een goede tweede overigens.

Godfried Bomans, een groot schrijver.

Onze taal

Onze taal is een lastige taal om te leren. Zelfs als je het van jongs af aan hoort en spreekt omdat het je moedertaal is, blijkt het vaak niet makkelijk om foutloos Nederlands te schrijven*. Dat zie je terug in allerlei (geschreven) uitingen. Ik wil de komende tijd aandacht besteden aan de valkuilen en moeilijkheden, de onlogica maar ook de schoonheid van het Nederlands. Wie geïnteresseerd in onze taal, kan terecht bij het Genootschap Onze Taal. Dat is een vereniging voor taalliefhebbers, met een leuk en leesbaar eigen tijdschrift.

Om te beginnen hier de eerste strofe van een gedicht dat circuleert, waarin duidelijk gemaakt wordt, waarom Nederlands zo lastig is.

Nederlands moeilijk te leren?
Nederlands is voor buitenlanders moeilijk te leren,
maar weten we ook waarom?
Na het lezen van onderstaand gedicht is het u vast duidelijk.

Men spreekt van één lot, en verschillende loten,
maar ’t meervoud van pot is natuurlijk geen poten.
Zo zegt men ook altijd één vat en twee vaten,
maar zult u ook zeggen: één kat en twee katen?
Laatst ging ik vliegen, dus zeg ik vloog.
Maar zeg nou bij wiegen beslist niet: ik woog,
want woog is nog altijd afkomstig van wegen,
maar is dan ‘ik voog’ een vervoeging van vegen?

wordt vervolgd

————-

* ik pretendeer niet zelf foutloos Nederlands te schrijven en spreken, maar dat terzijde