O Fortuna

O Fortuna is een gedicht uit de dichtbundel Carmina Burana uit de 13de eeuw, oorspronkelijk in het Latijn. Carl Orff selecteerde 24 gedichten uit deze bundel voor zijn Carmina Burana en zette ze op muziek tussen 1935 en 1936. Nu worden de teksten alleen vaak verkeerd verstaan.

 

Bron: Froot.nl

Dooddoeners, afhouders, dijenkletsers

Gisteren heb ik al kort de dooddoener  aangestipt, maar wist u ook dat er een boek is over dit verschijnsel? In 1995 verscheen Als mijn tante een snor had… Meer dan 8000 gelijkhebbers, afhouders, dijenkletsers en andere uitdrukkingen met de Nederlandse taal van Inez van Eijk. In dit boek zijn stoplappen en dooddoeners verzameld en ingedeeld in verschillende categorieën.

Tegen kinderen worden de gekste dingen gezegd:
Op de vraag ‘Wat eten we?’ Husse met je neus ertussen
Als iets lekker is: Spekkie voor je bekkie.
Als ze mee willen praten of een mening hebben: Jij? Jij bent nog niet eens droog achter je oren. Hoe oud ben je nu helemaal? Jij bent de chef bezemkast.
Als ze dorst hebben: Heb je dorst, ga dan naar Hans Worst, die heeft een hondje (etcetera)

Ook tegen anderen weten we van wanten:
Vergeetachtig? Als je hoofd niet vastzat vergat je dat ook nog.
In gedachten? Een stuiver voor  je gedachten.
Bijdehand? Zo, jij bent ook niet op je mondje gevallen.
Regel het zelf maar: Je kent de weg en spreekt de taal.
Zo kom je er: Poortje door, hekkie over.

Mensenkennis: Ons kent ons. Een mens kent zichzelf het best. Ik ken hem langer dan vandaag! Onze Lieve Heer heeft rare kostgangers.

Dikke vrienden: Dat is één pot nat. Van (met) hetzelfde sop overgoten. Waar je mee omgaat, word je mee besmet. Soort zoekt soort. Hij is er kind aan huis. Ze lopen de deur bij mekaar plat.

Cadeautjes: Dat had je nou niet moeten doen. Dat had toch niet gehoeven. ’t Is maar een aardigheidje. Het is vanuit een goed hart. Dat je er maar lang plezier van mag hebben. Het mag geruild worden.

Bedankjes: Je komt er maar een keer voor zingen. Smeer het maar in je haar. [je hoeft niet te bedanken]

Verwensingen: Je kan de pot op! Ga je moeder pesten! Krijg de rambam/het heen en weer/iets aan je lip/de zenuwen/de pip/het leplazerus

Als: As is verbrande turf. Als mijn tante een snor had, dan was ze mijn oom. Als mijn tante wieletjes had, dan was ze een locomotief. Als de hemel valt zijn we allemaal dood.

Logisch: Nogal logisch/nogal wiedes. Dat zat er dik in. Daar heb je het al. Hoe kan het ook anders.

Hoe gaat het ermee? Ach, wat zal ik zeggen… Druk, druk, druk.  Z’n gangetje… Het houdt niet over. We leven nog. Ach, je moet wat hè. Het valt wel, maar niet mee. Ik mag niet klagen anders deed ik het wel.

En dan deze nog: Ik zeg maar zo, ik zeg maar niks. Onder ons gezegd en gezwegen. Als je het mij vraagt… Drie keer raden. Dat was dan dat. Zeg nou zelf. Dat moet je nooit hardop zeggen. ’t Is wat. Práát me d’r niet van.

Dit is maar een kleine bloemlezing, onze taal is rijk aan dit soort uitdrukkingen. Breek me de bek niet open…..

En als ík een snor had, zag het er waarschijnlijk zó uit……

Onze taal

Onze taal is een lastige taal om te leren. Zelfs als je het van jongs af aan hoort en spreekt omdat het je moedertaal is, blijkt het vaak niet makkelijk om foutloos Nederlands te schrijven*. Dat zie je terug in allerlei (geschreven) uitingen. Ik wil de komende tijd aandacht besteden aan de valkuilen en moeilijkheden, de onlogica maar ook de schoonheid van het Nederlands. Wie geïnteresseerd in onze taal, kan terecht bij het Genootschap Onze Taal. Dat is een vereniging voor taalliefhebbers, met een leuk en leesbaar eigen tijdschrift.

Om te beginnen hier de eerste strofe van een gedicht dat circuleert, waarin duidelijk gemaakt wordt, waarom Nederlands zo lastig is.

Nederlands moeilijk te leren?
Nederlands is voor buitenlanders moeilijk te leren,
maar weten we ook waarom?
Na het lezen van onderstaand gedicht is het u vast duidelijk.

Men spreekt van één lot, en verschillende loten,
maar ’t meervoud van pot is natuurlijk geen poten.
Zo zegt men ook altijd één vat en twee vaten,
maar zult u ook zeggen: één kat en twee katen?
Laatst ging ik vliegen, dus zeg ik vloog.
Maar zeg nou bij wiegen beslist niet: ik woog,
want woog is nog altijd afkomstig van wegen,
maar is dan ‘ik voog’ een vervoeging van vegen?

wordt vervolgd

————-

* ik pretendeer niet zelf foutloos Nederlands te schrijven en spreken, maar dat terzijde

‘Hij heeft zijn bed gemaakt’. Gekocht bij Ikea?

Vertalen is een vak. Een ondergewaardeerd vak, als je het mij vraagt. Het is mensenwerk, en die (hand)arbeid kost uiteraard meer (geld) dan geautomatiseerde arbeid. Sinds digitale vertaalsystemen in opkomst zijn, lijkt de waardering voor het vertaalvak te zijn gedevalueerd. Toegegeven, met Google Translate kom je met eenvoudige zinnen best een eind, maar er is meer nodig dan een database vol woorden om de betekenis of intentie van een zin, spreekwoord of gezegde correct te kunnen vertalen.

Zo ook de ondertiteling in het programma ‘Who do you think you are?’, de aflevering met Kim Catrall. De oude dame in het filmpje zegt: “She said to him: Georgie, you’ve made your bed, now you’ll have to lie in it“. Dit is een uitdrukking die zoveel betekent als; je zult de consequenties van je keuzes moeten accepteren. Jij hebt de situatie doen ontstaan en nu zul je ermee moeten leven.

Volgens een uitleg die ik vond op het wereldwijdeweb zou het gezegde ontstaan zijn in de tijd, dat mensen zelf hun matrassen vulden. Stopte je daar goedkope vulling in, zoals gras, dan zou je misschien een week lekker liggen, maar al snel zou het bepaald oncomfortabel worden. Maar als je de moeite nam om te zorgen voor kwalitatief beter (en dus duurdere) vulling, zoals kapok, dons, veren, dan zou je daar lange tijd plezier van hebben.

Enfin, je ziet wat snel/goedkoop vertalen oplevert:

Stel dat je de taal niet spreekt en het louter van de ondertiteling moet hebben, waarover denk je dan dat dit gaat? Ik zou denken, over een Ikea-bed… En op zoek naar plaatjes over Ikea kwam ik weer van alles over katten tegen…..

Onvertaalbaar

In elke taal komen woorden voor die specifiek zijn voor die taal en die zich niet of moeilijk laten vertalen. Denk alleen al aan het Nederlandse woord gezellig, een woord dat redelijk uniek schijnt te zijn (het Duitse gemütlich voelt toch net even anders aan). Nederlanders* snappen welk gevoel of sentiment er wordt aangeduid, maar leg het maar eens uit aan een ‘buitenstaander’. (*en interpreteer het woord Nederlanders vooral zo vrij mogelijk, ik doel niet op afkomst, maar eerder op: eenieder die een goed begrip heeft van de Nederlandse taal en cultuur)

Tot hier gaat de blog over een braaf en burgerlijk woord als gezellig, maar laat u niet misleiden, vanaf dit punt worden er expliciete seksuele termen gebruikt, dus als dat aan u niet besteed is, zou ik nú stoppen met lezen.

Iedere taal heeft zo zijn eigen onvertaalbare woorden. Ik heb de hand weten te leggen op een leuk boekje hierover, geschreven door Howard Rheingold. De titel geeft al gelijk een leuk voorbeeld. Het boek heet: Koro (Chinees; zelfst.nw.) De hysterische overtuiging dat je penis steeds kleiner wordt en de ondertitel luidt: Lexicon van onvertaalbare woorden in 34 talen.

Koro zette me aan het denken: het is een uniek Chinees woord. Zijn Chinezen dan de enigen die last hebben van deze hysterie? Of zijn er in Nederland ook mannen die ervan overtuigd zijn dat hun penis krimpt en uiteindelijk in hun buikholte zal verdwijnen, waarna zij zullen sterven? En zo ja, houden die Nederlandse mannen dat dan geheim? Een veelgebruikte remedie hiertegen schijnt het dragen van een bamboe peniskoker te zijn, die voorkomt dat ’s nachts datgene gebeurt waar je zo bang voor bent. Zijn die al te koop in Nederlandse zaken?

Koro zou je een ‘psychische geslachtsziekte’ kunnen noemen. Tegen bepaalde waanideeën is geen kruid gewassen. Als je graag advocaat van de duivel speelt, zou je tegen de getroffen mannen kunnen zeggen: ‘meten is weten’, maar ja, we weten allemaal dat de uitslag van de meting wisselende resultaten zal hebben. Vraag maar aan een man die gezwommen heeft in koud water. Of zou het verschijnsel koro (dat in 1986 voor het eerst beschreven werd in Dr. Dean Edell’s Medical Journal) te maken kunnen hebben met de veranderde samenleving, waarin de afgelopen 50 jaar de rollenpatronen volledig gewijzigd zijn?

En als u het bovenstaande al te expliciet vindt, dan zou ik aanraden nu maar helemaal te stoppen met lezen….. Klik in dat geval níet op ‘read more’…

Lees verder