Moord in het dorpshuis, nee de pastorie, nee het verpleeghuis

Ik lees graag en dan vooral detectives, thrillers, politieromans, historische detectives en wat dies meer zij. Als er maar wat uitgezocht en opgespoord moet worden. En het liefst moet er ook recht gedaan worden aan het eind, ik houd van ‘rechtvaardigheid’. Zuster Fidelma, Mma. Ramotswe, Hercule Poirot, De Cock (met c-o-c-k), Willem Lootsman, Anne Kramer, Damyaen Roosvelt, Miss Marple, ze zijn allemaal graag geziene gasten hier. Of het verhaal nu in Amsterdam speelt, op het Engelse platteland, in Ierland, in Botswana of in het fictieve plaatsje Duynhaeven, ik ga graag mee op reis.

Een kruik venijn van Marian de Haan

Een kruik venijn van Marian de Haan

En als ik dan weer zo’n heerlijk boek lees, verzucht ik bij mezelf: als ik toch eens zo kon schrijven. Wat zou me dat leuk lijken.

Een verhaal te verzinnen over (bijvoorbeeld) een dode vrouw die wordt gevonden in het dorpshuis. Nee, in het verpleeghuis, of nee, toch maar in de pastorie. Een vrijwilligster die even op de pastorie moet zijn om iets op te halen, vindt tot haar schrik het lichaam van de matrone van de vrijwilligers. Wat is er gebeurd, wie heeft het gedaan?

Tijdens het onderzoek blijkt al snel dat de lieve oudere dame die zo smadelijk de dood vond, niet zomaar iemand was. De rechercheur van dienst (ik moet nog bedenken of dat een man dan wel een vrouw is) komt erachter dat zij geen katje was om zonder handschoenen aan te pakken. Sterker nog, zij was eigenlijk een bitch, die met ijzeren hand het parochiebestuur en alle andere vrijwilligers onder de knoet probeert te houden.

Niets is wat het lijkt in deze parochie. De pastorie wordt niet meer bewoond, maar is al sinds jaar en dag in gebruik voor vrijwilligersdoeleinden. De beveiliging is naatje pet, de camera die in de gang hangt, blijkt een nep-exemplaar te zijn, om inbrekers af te schrikken, maar hij filmt dus niets. Er zijn tientallen sleutels in omloop bij evenzovele vrijwilligers. Iedereen kan dus in en uit lopen. En doet dat ook.

De rechercheur zit met zijn (of haar) handen in het haar, want wat speelt hier allemaal? Gelukkig is de slimme vrijwilligster die het lijk gevonden heeft bereid om mee te denken en zich er tegenaan te bemoeien. Zij heeft kennis van binnenuit en kan zich makkelijk onder de andere vrijwilligers (en wellicht verdachten?) begeven.

Interieur kerk

Interieur kerk

Waarom moest mevrouw De Munnik dood? Wat wist zij? Heeft ze de penningmeester met zijn hand in de kas betrapt? Heeft ze gezien dat de organist en een dame van de bloemenclub (beiden gehuwd met iemand anders uiteraard) een amoureuze ontmoeting hadden in de sacristie? Heeft ze de voorzitter gechanteerd tot het hem teveel werd? Komt het uit haar persoonlijke omgeving maar is ze opzettelijk in de pastorie vermoord, om de aandacht af te leiden van haar eigen gezin? Heeft haar verleden haar dan toch eindelijk ingehaald? Of is ze het slachtoffer van verwisseling, heeft zij de giftige cake opgegeten die eigenlijk voor de pastoor bestemd was? Het blijkt al snel dat niemand mevrouw de Munnik echt aardig vond, maar is dat een motief voor moord?

Agatha Christie

Agatha Christie

Kortom, er valt heel wat uit te zoeken. Het zou me heerlijk lijken om er een leesbaar en coherent verhaal van te maken. Maar ik vrees dat dat er niet inzit. Dus ik fantaseer en mijmer maar wat over mijn spannende boek, dat er nooit zal komen.

Namen en plaatsen zijn vol-ko-men fictief, dat begrijpen jullie wel 😉

Als feit en fictie door elkaar gaan lopen

Even had ik de indruk dat het boek waarin ik gisteren zat te lezen, verder speelde in het nieuws van vanmorgen. “Leden arrestatieteam zwaargewond door explosie” en “Ooggetuige explosie: ‘Er was minutenlang paniek'”. En dit alles, dames en heren, vond plaats in Spaarndam, een dorp waar ik in mijn jongere jaren gewoond heb.

Beelden uit de media 14 december 2016

Beelden uit de media 14 december 2016

Ik lees momenteel het boek ‘De IRT-infiltrant’ van Joop van Riessen*. De boeken van deze voormalig hoofdcommissaris van politie in Amsterdam zijn wat mij betreft echte Nederlandse politiethrillers. Herkenbaar vanwege de locaties en vanwege het geschetste politieke en maatschappelijke klimaat. Vlot geschreven, door iemand die het wereldje van politie en justitie van binnenuit kent. Van Riessen gaat de heftige kanten van het politiewerk niet uit de weg.

Een aantal van zijn boeken spelen zich af in en rond Spaarndam. Gisteren nog las ik in ‘De IRT-Infiltrant’ over een spannende inval in een huisje aan de dijk, waar twee criminelen naar toe gestuurd zijn om iemand te vermoorden. En Anne Kramer, de chef Zware Criminaliteit die de hoofdrol speelt in de serie boeken, probeert dit te voorkomen.

Joop van Riessen De IRT-infiltrant

Joop van Riessen – De IRT-infiltrant

De afschuwelijke actualiteit, waarbij twee zwaargewonden vielen, leek even op een vervolg van het boek. Voor de laatste updates hiervan verwijs ik naar de verschillende nieuwssites.

Nog even over Van Riessen: hij put in zijn boeken uit zijn eigen ervaring. Zo voert het plot van ‘Paniek op de Haarlemmerdijk’ terug op een van zijn eerste zaken (’74), die zeer veel indruk op de toen nog jonge Van Riessen maakte. Door zijn ervaring is het een goed beschreven en geloofwaardig verhaal geworden.

Als je geïnteresseerd bent geraakt heb ik nog wel een tip: lees de boeken in chronologische volgorde. In de latere boeken wordt teruggegrepen op eerdere gebeurtenissen en soms wordt de plot van een eerder boek vrijgegeven.

De boeken over Anne Kramer zijn in deze volgorde uitgegeven:
Vergelding (2009)
Fatale herkenning (2010)
De bonusmaffia (2011)
De eerste dode (2012)
Paniek op de Haarlemmerdijk (2013)
Gijzeling in de Jordaan (2014)
De IRT-Infiltrant (2015)
Moord op de Tramhalte (2016)

 

* Joop van Riessen was van 1965 tot 2004 werkzaam bij de Amsterdamse politie.

Daarna is hij als algemeen adviseur verbonden geweest aan het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement te Den Haag.

Vanaf 2008 leidt hij zijn eigen onderneming: Joop van Riessen, Communicatie & Advies.

Van Riessen, die in zijn loopbaan ruime ervaring met verschillende media heeft opgedaan, is een veel gevraagd spreker over het onderwerp: leiderschap. Ook verzorgt hij lezingen over zijn oude vakgebied: politie en veiligheid. Daarbij brengt hij op kritische en heldere wijze het veiligheidsvraagstuk van dit land voor het voetlicht.

Van Riessen leidt congressen als dagvoorzitter en geeft trainingen en adviezen aan directies. Schrijft boeken en columns en is regelmatig te zien in verschillende tv programma’s.

NB (waarom er nog geen films zijn gemaakt gebaseerd op zijn boeken, is me een raadsel. Ik adviseer de eventueel geïnteresseerde regisseur wel minstens anderhalf tot twee uur uit te trekken, een aflevering van drie kwartier zou geen recht doen aan zijn verhaal)

Fiet fieuw!

Vroeger maakte ik het vaker mee, ik liep op straat en er werd gefloten. Meestal vanaf een steiger of een ladder. Mannen die dichterbij de grond aan het werk waren plaatsten eerder een opmerking, waar ze vast goed over nagedacht hadden en waar zijzelf en hun collega’s erg hard om moesten lachen. Het was decennia geleden, in de tijd dat ik jong, slank en best om aan te zien was, en het hoorde er een beetje bij.

Soms was ik verontwaardigd, wat dacht zo’n kerel wel, om mij te vertellen dat ik meer moest lachen? Maar op een gegeven moment droogt de aandacht op en wordt er niet meer gefloten, dan ga je het stiekem nog missen ook.

De laatste jaren kwam het nog een enkel keertje voor, maar als ik dan vrolijk reageerde, zag je de man in kwestie denken: ‘Was ik nou maar naar Specsavers gegaan!’

Vaak de 'daders'

Vaak de ‘daders’

Vandaag was het dan toch weer eens raak. Ik liep in Den Haag (Lange Poten/Plein) en een man passeerde me. En terwijl hij langs me liep, hoorde ik kusgeluidjes in mijn oor. Het kwartje viel niet gelijk, maar ineens realiseerde ik me: dat was tegen mij! Verlegenheid, verontwaardiging en nieuwsgierigheid verdrongen zich. Eigenlijk wilde ik omkijken, want wat voor man doet dat nou? Maar ik wilde hem niet ‘belonen met aandacht’ voor zijn gedrag, dus ik liep door. En ik liep me af te vragen: waaróm doet zo’n man dat?

Vreest hij geen kans te maken bij de jonge meiden die er lopen? Denkt hij daarom misschien: deze is al wat belegen en een tikkeltje te zwaar, wie weet wat het oplevert?

En wat voor reactie verwacht hij vervolgens? Dat de belegen dame zich omdraait en zegt: “nou, het lijkt me gezellig om eens nader kennis te maken, zullen we koffie gaan drinken? En als het klikt een beschuitje gaan eten?” Of dat de vrouw terug komt lopen om hem te bedanken en de hand te schudden?

Het blijft mij een raadsel. De zon scheen, de lucht was blauw en hij misschien ook, wie zal het zeggen. Maar hoe dan ook, het heeft iets opgeleverd, namelijk deze column.

Louis CK's vision

Louis CK’s vision

Geschiedenis van Ruigoord oftewel ‘Kooijen Eiland’

Ik ben geboren vlakbij ‘het Eiland’ (Ruigoord). Ik ben er gedoopt in de St. Gertrudiskerk. Het is leuk om een stukje geschiedenis van ’t Ruyghe Oort te lezen.

In de 16de eeuw had het water in het gebied rond Amsterdam min of meer vrij spel. Hoewel het Hoogheemraadschap Rijnland al sinds 1255 officieel bestond, was er echt sprake van strijd tegen het water. Langs het IJ, nog direct verbonden met de Zuiderzee, werden dijken aangelegd om de schade te beperken, maar goed bemaalde polders bestonden nauwelijks. In de woeste wateren ontstonden in de loop der tijd, vanwege afkalving van land door stormen en watersnoden, een aantal eilandjes. Eén daarvan werd ‘t Ruyghe Oort genoemd. Lees verder–> Bron: Geschiedenis van Ruigoord oftewel ‘Kooijen Eiland’

Eerste huizen die je tegenkomt

Eerste huizen die je tegenkomt

St Gertrudiskerk

St Gertrudiskerk

Kerktoren

Kerktoren

Waar stond dat doopvont waar ik gedoopt ben?

Waar stond dat doopvont waar ik gedoopt ben?

Hek van de kerk

Hek van de kerk

De Afrikahaven komt dichtbij

De Afrikahaven komt dichtbij

Schip in de polder

Schip in de polder

Windmolen

Windmolen

 

Levendige fantasie

Met mij is het best gezellig wandelen, je maakt nog eens wat mee. Zo liepen we vorig weekend in de duinen bij Bergen aan Zee. Prachtig natuurgebied, waar zogenaamde “grote grazers” loslopen. Het zijn erg mooie dieren, maar je moet wel gepaste afstand bewaren. Dat ondervond ik al eens in Egmond, toen ik bijna op de hoorns genomen werd.

IMG-20160118-WA0003

Deze grazers in Bergen hadden erg scherpe hoorns, dus oppassen geblazen. Verder zagen we vogeltjes (echt), sporen van konijnen (echt) en het lijk van een doodgevroren wandelaar (niet echt, dat bleek dan later weer een stuk boom te zijn).  Tja, wat zal ik zeggen, ik heb een levendige –zij het gruwelijke- fantasie. Gelukkig controleer ik mijn observaties altijd eerst, alvorens de hulpdiensten te laten uitrukken.

Het was behoorlijk koud dit weekend, de ochtenden begonnen ijs op de ruiten en bevroren rijp op de velden. Dus toen ik een zwemmer in de zee zag, dacht ik alweer dat mijn levendige fantasie op hol sloeg. Maar nee, deze meneer bleek er echt te zijn, en volgens een plaatselijk praatje zwemt hij elke dag in zee. Dus niet alleen onder aanvoering van een worstfabrikant op 1 januari. Misschien is dat nou wel net de enige dag in het jaar dat hij niet gaat zwemmen, wie zal het zeggen. Ik vond het nog wel wat fris, ik wacht wel tot augustus voor ik het water weer in ga.

IMAG3450

“Dikshit!! Eh!! We gaan eten!!”

Daar is hij weer: de lijst van meest bijzondere babynamen van het afgelopen jaar. Op de website van RTL las ik een aantal namen, waarvan ik niet kon geloven dat die aan kinderen in Nederland zijn gegeven én toegestaan. Maar na een onderzoekje bij de SVB  -de instantie die de kinderbijslag uitkeert en dus echt wel weet hoe de nieuwgeborenen heten- bleek dat deze namen toch echt gegeven zijn…. Arme kindertjes.

Is dat leuk, dat je de rest van je leven je naam zult moeten spellen? We hadden al Xess Xava Schneijder. Maar het kan altijd erger.

Want wat te denken van de naam Dikshit (voor een jongen) of Eh (voor een meisje)?
Serieus, deze namen zijn afgelopen jaar op een geboortekaartje verschenen.

Mama, papa, wat heb ik jullie misdaan?

Mama, papa, wat heb ik jullie misdaan?

Mensen willen vooral uniek zijn, lijkt het. Waarschijnlijk hebben de ouders van Xzayique  de Scrabble-doos omgegooid en kwamen zo op het lumineuze idee hun zoon zo te noemen. Het zal wel altijd een raadsel blijven wat de ouders van Clay’Jahvanslyio  (jongen), Djiencionnairo (jongen), Nnarbys-Lenay (meisje), X’Jeàneyshá-Treángelys (meisje) of Zikoranaudodimma (meisje) bezield heeft toen ze de naam voor hun kind uitkozen.

Ik hoop dat Amen (jongen en meisje), Islam (jongen), Moslim (jongen en meisje), Jood (jongen) en Zeus (jongen) niet al te zeer worden aangekeken op de creativiteit van hun ouders. En dat geldt ook voor de kleine Godmother (meisje).

De jongens die gebukt gaan onder de namen: Aykut, Khakdel, Dikshit, Phuc en Tyten worden hopelijk niet al te erg gepest met hun vreemd klinkende namen. Net als Eylül (meisje) trouwens…..

Zouden de ouders van Kommer (jongen) en Sip (jongen) niet blij geweest zijn met de komst van hun zoon? Vraag me af of de geboorte van Surprise (jongen) een verrassing was.

De ouders van Loveson (jongen), Lovelace (jongen), Amor (jongen) en Lovely-Faith (meisje) willen ongetwijfeld duidelijk maken met hoeveel liefde hun kinderen ontvangen zijn.

Karaktervolle namen in 2015 waren Lief (meisje), Ruig (jongen), Stoer (jongen) en Helder (jongen), evenals de Engelse varianten op dit thema: Clever (jongen), Genius (jongen), Gentle (jongen) en Precious (jongen).

Kortom, elk jaar is het weer bijzonder om te zien wat mensen op een geboortekaartje zetten. En 2015 was daarin geen uitzondering.

Neeeeee, nee, nee, nee, NEEEEEEEEEE

Neeeeee, nee, nee, nee, NEEEEEEEEEE

In de herhaling: Een dagje aan het strand, drama in meerdere bedrijven

Omdat het gisteren heerlijk weer was, lagen we weer aan het strand. Ik moest denken aan een blog dat ik 2 jaar geleden schreef. Komt-ie nog een keer:

Een warme zondag in juli. Het is druk op het strand. We liggen allemaal net iets dichter bij elkaar dan prettig is voor de privacy, maar dat is een offer dat je brengt op een warme dag als deze. Je hoort en ziet wat zich afspeelt bij andere badgasten op badhanddoeken, strandstoelen en ligbedjes om je heen. Dat levert beeldende tableau vivants op.

Links:  Papa, wat betekent factor 10? – Dat betekent dat je 10 x zo lang in de zon kunt blijven. Vandaag is de zon zo sterk dat je binnen een kwartier zou verbranden, maar als je zonnebrand op smeert, dan kun je langer in de zon blijven. –Dus bij factor 100 kan je 100 keer zolang in de zon? –Ik weet niet of dat bestaat hoor, factor 100…..

Rechts: – Hou nou eens een keer op!! Verdorie, laat je broertje meespelen! –Ja, maar hij is te klein om mee te spelen… –Nee, je laat hem gewoon meespelen, lummel die je bent! Nou is het klaar. Als jullie niet kappen dan ga ik naar huis hoor, ik zweer het.

Achter: – Opa, omaaaaaa. –Hallo lieverds, wat zitten jullie hier mooi. –Kom je zo mee schelpen zoeken oma? –Ja, straks lieverd, eerst gaan we even koffie drinken met papa en mama. –Jongens willen jullie een ijsje? –Jaaaaaa

strand2-541x350

Rechts grijpt de kleine jongen een ijzeren schep en wil er zijn oudere broer mee te lijf gaan. Die is hem te snel af en gaat er vandoor. Het jongste broertje rent schreeuwend en met de schep zwaaiend achter hem aan. –Hou nou eens op!! Laat die schep los! – Ja maar hij begon! –Nee, ophouden! En jij, laat je broertje meespelen. –Nee, hij is te kinderachtig om met ons mee te doen. –Verdorie, als jullie nu niet ophouden gaan we naar huis, ik heb hier géén zin in!!

Voor: Papa, kijk eens, die jongens hebben iets gevangen in de zee!! In die emmer. Ik ga kijken, mag dat? –Ikke ook mee kijke… -Neem jij je broertje even mee om te kijken? –Kom maar Job, we gaan naar de beestjes kijken.
De kinderen hobbelen hand in hand naar de waterlijn.
–Zou je niet even meegaan schat? –Ach joh, ik hou het wel in de gaten, als Job weg wil lopen of zo dan trek ik wel een sprintje. Het is juist goed om haar wat verantwoordelijkheid te geven. –Ach, je hebt eigenlijk wel gelijk. Kijk haar nou eens, echt een grote zus…..

Rechts vaart moeder uit tegen haar middelste zoon: –Doe eens niet zo brutaal tegen me! –Nuh! –Wat nou! Kijk me eens aan! –Nuh  –Ben je belazerd, kijk me aan zeg ik je! –Grm –Je bent strontvervelend, stuk chagrijn! Als je niet ophoudt dan gaan we naar huis! –Ik bén niet chagrijnig! –Jawel, je bent chagrijnig, dat komt door die pillen. Nou hou je op hoor!

Achter: –Oma gaan we nou schelpen zoeken? –Ja, dat is goed. Heb je een emmertje? –Hee, waar is mijn emmertje? –Ricky heeft hem. –Ricky mag ik het emmertje om schelpen te gaan zoeken? –Ja, mag ik ook mee schelpen zoeken? –Tuurlijk joh, geef oma maar een hand.

schelpen

Rechts probeert het kleinste broertje de kuil die zijn broer aan het graven is weer vol zand te schoppen. De grootste haalt uit en slaat de kleine op zijn rug. –Maham! –Ja, wat nou! –Hij slaat me. –Blijf met je poten van je broertje af. –Ja, hij begon! –Doet er niet toe, hij is vijf en jij bent dertien! Ophouden nu! –Ik ben geen vijf, ik ben pas vier. –Ophouden nu, want ik zweer het, ik pak alles in en we gaan naar huis! En als jij niet ophoudt, dan laat ik je zand eten, eens kijken of je dat lekker vind.

Links: Papa wat is ‘hoog water’? –Dat is als het vloed is, dan staat het water veel verder op het strand dan nu. –Is het nu laag water dan? –Ja, nu is het eb, kijk maar, je kunt een heel eind lopen voordat je bij de zee bent. En zie je daar dat eiland? Dat heet een zandbank. En het watertje dat ervoor ligt is een zwinnetje. – Een wat? – Een zwinnetje, een soort klein meertje. –Mag ik op de zandbank pap? –Ja, maar ik ga met je mee. –Gaan we dan ook in de golven springen? –Ja, als je mijn hand vasthoud.  En je weet het, nooit verder dan je knieën in de zee. –Kom pap, rennen!

Rechts: -God, wat ben jij vervelend vandaag! Ik word schijtziek van je als je je pillen niet ingenomen hebt! –Is toch niet mijn schuld, dat jij vergeet om nieuwe pillen voor mij te halen! –Hou eens even je brutale mond ja. Waar moet ik ze dan vandaan halen als de apotheek dicht is? –Weet ik veel. – Oh, zal ik het effe omroepen op het strand, kijken of er iemand wat voor je te leen heeft: WIE HEEFT ER RITALIN? WIE HEEFT ER RITALIN VOOR ONS? –Doe normaal mens! –Hou je grote bek nou maar, je bent strontvervelend en ik heb hier helemaal geen zin in, ik pak net zo lief alles in en ga naar huis.

Voor: Papa, mama, het waren hele kleine beestjes met poten en zo. Die zwemmen in de zee en die jongens hebben een schepnet en ze hebben ze opgevist. En Job heeft er eentje aangeraakt! –Zo, goed hee Job, dat jij dat durfde. –Papa, ze zeiden dat je die beestjes op kan eten! –Ja, dat klopt, dat zijn garnalen, die kun je koken en eten. –Eerst nog pellen. –Oja, eerst pellen, dan halen ze het schildje eraf en de pootjes en zo.  –Is dat lekker, garnalen? –Dat ligt eraan of je ervan houdt. Mama lust ze niet en ik vind ze heel lekker. –Ikke ook gralen ete…. –Ja Job, als ze gekookt zijn he, niet rauw.

garnaal2

Rechts: -Mam, mijn rug begint zeer te doen, ik denk dat ik ga verbranden. Wil je mijn rug even insmeren? –Ik zit net lekker, ik heb geen zin om weer uit mijn stoel te komen. Je bent vanmorgen al ingesmeerd. –Ja maar, het brandt. –Zeur toch es niet zo, ik word zo moe van jullie! Vier kinderen, waar ben ik aan begonnen, ik had het bij twee moeten laten.
De oom van het jochie biedt aan om zijn rug in te smeren, moeder blijft in haar stoel, waar ze overigens de hele ochtend niet uitgekomen is….

Voor vliegt een meeuw over en poept op de arm van één van de meisjes. –Gatver, hij poepte op me! –Laat eens kijken, oh, dat vegen we even weg. –Zit het niet in mijn haren mam?
Maar mam is druk bezig om een nat doekje op te diepen uit de tas, dus de oudste zus werpt zich op om onderzoek te verrichten. Als een vlooiend aapje onderzoekt ze het hoofd van haar jongere zus.
–Nee, er zit niks op je hoofd. –Weet je het zeker? –Ja, ik heb heel goed gekeken, je haar is schoon. –Oh gelukkig.

Rechts: – We hebben honger. –Ga maar even tosti’s halen bij de standtent. – Waarom moeten wij dat doen? –Niet zeiken, gewoon effe naar die strandtent lopen, zeg maar dat ik ze straks kom betalen. –Doe het lekker zelf!
De jongen loopt mokkend naar de zee.
– Yasmine, jij gaat maar even 9 tosti’s halen. En schiet een beetje op, ik heb ook honger.
Zoonlief komt terug.
– Waar is Yasmine? –Die is tosti’s halen. –Maar we zouden samen gaan –Nou, dan loop je erachter aan. –Maar het is niet eerlijk, we zouden samen tosti’s gaan halen. –Joh zeik niet, ga nou maar gewoon achter Yasmine aan, jij wou eerst geeneens de tosti’s halen.
Jezus, ik zweer het hoor, als we die tosti’s op hebben gaan we naar huis, er is geen reet aan om met jullie naar het strand te gaan.

Links, voor, achter en ikzelf hopen inmiddels van harte dat ze na de tosti’s inderdaad naar huis gaan. Zoals ik al zei, soms lig je net even te dicht op elkaar op het strand.