Categorie archief: Boeken en films

Naar bed, naar bed, zei Duimelot

‘Ik ga alvast naar boven met Trevor.’ “Is goed schat, ik kom zo.” Een soortgelijk gesprek kun je bij ons thuis vaker horen in de avond. Ik kondig aan met wie ik in bed ga liggen, Manlief belooft dat hij ook zo komt. Als hij dan boven komt, treft hij me bijvoorbeeld aan met Trevor, die me vertelt over de apartheid in Zuid-Afrika. Of met Ken, die me vertelt over de bouw van een kathedraal in Engeland in de Middeleeuwen. Of met Saskia, die een heel eng en spannend verhaal vertelt.

Echtgenoot heeft er geen bezwaar tegen. Soms vertel ik hem iets over wat ik net gelezen heb, of raad hem aan een bepaald boek óók te gaan lezen. Wie ik ook meeneem naar boven, hij weet dat ik het snoepje van de week na verloop van tijd opzij leg en in zijn armen in slaap val. Want dat is liefde.

reading-in-bed

Advertenties

Moord in het dorpshuis, nee de pastorie, nee het verpleeghuis

Ik lees graag en dan vooral detectives, thrillers, politieromans, historische detectives en wat dies meer zij. Als er maar wat uitgezocht en opgespoord moet worden. En het liefst moet er ook recht gedaan worden aan het eind, ik houd van ‘rechtvaardigheid’. Zuster Fidelma, Mma. Ramotswe, Hercule Poirot, De Cock (met c-o-c-k), Willem Lootsman, Anne Kramer, Damyaen Roosvelt, Miss Marple, ze zijn allemaal graag geziene gasten hier. Of het verhaal nu in Amsterdam speelt, op het Engelse platteland, in Ierland, in Botswana of in het fictieve plaatsje Duynhaeven, ik ga graag mee op reis.

Een kruik venijn van Marian de Haan
Een kruik venijn van Marian de Haan

En als ik dan weer zo’n heerlijk boek lees, verzucht ik bij mezelf: als ik toch eens zo kon schrijven. Wat zou me dat leuk lijken.

Een verhaal te verzinnen over (bijvoorbeeld) een dode vrouw die wordt gevonden in het dorpshuis. Nee, in het verpleeghuis, of nee, toch maar in de pastorie. Een vrijwilligster die even op de pastorie moet zijn om iets op te halen, vindt tot haar schrik het lichaam van de matrone van de vrijwilligers. Wat is er gebeurd, wie heeft het gedaan?

Tijdens het onderzoek blijkt al snel dat de lieve oudere dame die zo smadelijk de dood vond, niet zomaar iemand was. De rechercheur van dienst (ik moet nog bedenken of dat een man dan wel een vrouw is) komt erachter dat zij geen katje was om zonder handschoenen aan te pakken. Sterker nog, zij was eigenlijk een bitch, die met ijzeren hand het parochiebestuur en alle andere vrijwilligers onder de knoet probeert te houden.

Niets is wat het lijkt in deze parochie. De pastorie wordt niet meer bewoond, maar is al sinds jaar en dag in gebruik voor vrijwilligersdoeleinden. De beveiliging is naatje pet, de camera die in de gang hangt, blijkt een nep-exemplaar te zijn, om inbrekers af te schrikken, maar hij filmt dus niets. Er zijn tientallen sleutels in omloop bij evenzovele vrijwilligers. Iedereen kan dus in en uit lopen. En doet dat ook.

De rechercheur zit met zijn (of haar) handen in het haar, want wat speelt hier allemaal? Gelukkig is de slimme vrijwilligster die het lijk gevonden heeft bereid om mee te denken en zich er tegenaan te bemoeien. Zij heeft kennis van binnenuit en kan zich makkelijk onder de andere vrijwilligers (en wellicht verdachten?) begeven.

Interieur kerk
Interieur kerk

Waarom moest mevrouw De Munnik dood? Wat wist zij? Heeft ze de penningmeester met zijn hand in de kas betrapt? Heeft ze gezien dat de organist en een dame van de bloemenclub (beiden gehuwd met iemand anders uiteraard) een amoureuze ontmoeting hadden in de sacristie? Heeft ze de voorzitter gechanteerd tot het hem teveel werd? Komt het uit haar persoonlijke omgeving maar is ze opzettelijk in de pastorie vermoord, om de aandacht af te leiden van haar eigen gezin? Heeft haar verleden haar dan toch eindelijk ingehaald? Of is ze het slachtoffer van verwisseling, heeft zij de giftige cake opgegeten die eigenlijk voor de pastoor bestemd was? Het blijkt al snel dat niemand mevrouw de Munnik echt aardig vond, maar is dat een motief voor moord?

Agatha Christie
Agatha Christie

Kortom, er valt heel wat uit te zoeken. Het zou me heerlijk lijken om er een leesbaar en coherent verhaal van te maken. Maar ik vrees dat dat er niet inzit. Dus ik fantaseer en mijmer maar wat over mijn spannende boek, dat er nooit zal komen.

Namen en plaatsen zijn vol-ko-men fictief, dat begrijpen jullie wel 😉

Als feit en fictie door elkaar gaan lopen

Even had ik de indruk dat het boek waarin ik gisteren zat te lezen, verder speelde in het nieuws van vanmorgen. “Leden arrestatieteam zwaargewond door explosie” en “Ooggetuige explosie: ‘Er was minutenlang paniek'”. En dit alles, dames en heren, vond plaats in Spaarndam, een dorp waar ik in mijn jongere jaren gewoond heb.

Beelden uit de media 14 december 2016
Beelden uit de media 14 december 2016

Ik lees momenteel het boek ‘De IRT-infiltrant’ van Joop van Riessen*. De boeken van deze voormalig hoofdcommissaris van politie in Amsterdam zijn wat mij betreft echte Nederlandse politiethrillers. Herkenbaar vanwege de locaties en vanwege het geschetste politieke en maatschappelijke klimaat. Vlot geschreven, door iemand die het wereldje van politie en justitie van binnenuit kent. Van Riessen gaat de heftige kanten van het politiewerk niet uit de weg.

Een aantal van zijn boeken spelen zich af in en rond Spaarndam. Gisteren nog las ik in ‘De IRT-Infiltrant’ over een spannende inval in een huisje aan de dijk, waar twee criminelen naar toe gestuurd zijn om iemand te vermoorden. En Anne Kramer, de chef Zware Criminaliteit die de hoofdrol speelt in de serie boeken, probeert dit te voorkomen.

Joop van Riessen De IRT-infiltrant
Joop van Riessen – De IRT-infiltrant

De afschuwelijke actualiteit, waarbij twee zwaargewonden vielen, leek even op een vervolg van het boek. Voor de laatste updates hiervan verwijs ik naar de verschillende nieuwssites.

Nog even over Van Riessen: hij put in zijn boeken uit zijn eigen ervaring. Zo voert het plot van ‘Paniek op de Haarlemmerdijk’ terug op een van zijn eerste zaken (’74), die zeer veel indruk op de toen nog jonge Van Riessen maakte. Door zijn ervaring is het een goed beschreven en geloofwaardig verhaal geworden.

Als je geïnteresseerd bent geraakt heb ik nog wel een tip: lees de boeken in chronologische volgorde. In de latere boeken wordt teruggegrepen op eerdere gebeurtenissen en soms wordt de plot van een eerder boek vrijgegeven.

De boeken over Anne Kramer zijn in deze volgorde uitgegeven:
Vergelding (2009)
Fatale herkenning (2010)
De bonusmaffia (2011)
De eerste dode (2012)
Paniek op de Haarlemmerdijk (2013)
Gijzeling in de Jordaan (2014)
De IRT-Infiltrant (2015)
Moord op de Tramhalte (2016)

 

* Joop van Riessen was van 1965 tot 2004 werkzaam bij de Amsterdamse politie.

Daarna is hij als algemeen adviseur verbonden geweest aan het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement te Den Haag.

Vanaf 2008 leidt hij zijn eigen onderneming: Joop van Riessen, Communicatie & Advies.

Van Riessen, die in zijn loopbaan ruime ervaring met verschillende media heeft opgedaan, is een veel gevraagd spreker over het onderwerp: leiderschap. Ook verzorgt hij lezingen over zijn oude vakgebied: politie en veiligheid. Daarbij brengt hij op kritische en heldere wijze het veiligheidsvraagstuk van dit land voor het voetlicht.

Van Riessen leidt congressen als dagvoorzitter en geeft trainingen en adviezen aan directies. Schrijft boeken en columns en is regelmatig te zien in verschillende tv programma’s.

NB (waarom er nog geen films zijn gemaakt gebaseerd op zijn boeken, is me een raadsel. Ik adviseer de eventueel geïnteresseerde regisseur wel minstens anderhalf tot twee uur uit te trekken, een aflevering van drie kwartier zou geen recht doen aan zijn verhaal)

Twee zinnen

Twee zinnen uit het boek Les Miserables van Victor Hugo:

Hij dacht aan het lot van de galeislaven in het kamp; opstaan bij het aanbreken van de dag, werken tot de avond, slapen op britsen en dunne stromatrassen; zalen die alleen in de koudste maanden van het jaar verwarmd werden; hun gelijke, rode kielen: met als bijzondere gunsten: een linnen broek als het erg warm en een wollen deken als het erg koud was; naamlozen, met nummers aangeduid, die de ogen neersloegen, zacht spraken, afgesneden haar hadden, leefde onder de stok en in schande.

Daarnaast deze nonnen in het klooster, wier haar ook was afgesneden; die geen stokslagen op de rug kregen, maar die zichzelf geselden in de zelfkastijding; eveneens zonder namen, omdat ze nog slechts bestonden onder de namen van heiligen; die ook nooit vlees aten of wijn dronken, vaak zelfs de hele dat zonder voedsel bleven; die geen rode kiel droegen, maar een zwart, wollen gewaad, dat in de zomer te warm, in de winter niet warm genoeg moest zijn; die zes maanden van het jaar dunne hemden droegen, waardoor ze koorts kregen; die ook bij de strengste kou cellen bewoonden waarin nooit werd gestookt en op stro sliepen; wie zelfs de nachtrust niet werd gegund; die alle nachten, na een dag van hard werken, na een eerste korte slaap moesten opstaan om in een ijskoude kapel op een stenen vloer biddend neer te knielen; die op bepaalde dagen beurtelings twaalf uur achtereen op de stenen moesten blijven knielen of op een stenen vloer gaan liggen, het gezicht ter aarde, met uitgestrekte armen.

Twee zinnen, die veel vertellen. Wat een vakmanschap.

Victor Hugo
Victor Hugo

Stilstaan bij Jezus’ lijden

In Visie nr. 12 (EO)  een artikel over kijken naar kunst in het kader van het lijden, de dood en verrijzenis van Christus*. Tekst en afbeelding zijn overgenomen uit de Visie.

pasen petrus en johannes op weg naar het graf

Eugène Burnand
Johannes en Petrus op weg naar het graf (1898)

WEET

Nadat ze van Maria Magdalena hebben gehoord dat de steen voor het graf is weggehaald, en Jezus’ lichaam er niet meer is, rennen Johannes (in het wit, als teken van reinheid) en Petrus, overmand door emoties, naar het graf. Ze waren hun Vriend en Meester kwijtgeraakt, rouwden om Hem. En nu is er plotseling weer hoop.
De Zwitserse realist Eugène Burnand had de allesoverstijgende emoties niet treffender kunnen weergeven. Je ziet, voelt en hoort de mannen met alles wat ze zijn, denken: “Zou het waar kunnen zijn wat Jezus zei over opgewekt worden uit de dood?”

DENK

Kijk je uit naar de komst van Jezus? Zou je net als Johannes en Petrus naar Hem toerennen, of blijf je liever ongezien?

BID

“Heer, wat is er veel om dankbaar voor te zijn. U bent zo groot en goed, dat U de dood voor ons heeft overwonnen. U leeft en laat mij nooit los. Dank U wel, dat U ieder dag bij me bent, tot aan de voltooiing van deze wereld.”

—————————————–

* Mede naar aanleiding van het boek Jezus voor Ogen – Beelden en woorden voor de Veertigdagentijd, Marleen Hengelaar-Rookmaker (red.), Buijten & Schipperheijn, 176 blz., € 16,90

De beeldmeditaties en beeldbijbelstudies werden ontwikkeld door kunstkenner Marleen Hengelaar-Rookmaaker. Ze richtte Artway op (www.artway.eu) dat geloof, kunst en kerk verbindt.

Stilstaan bij Jezus’ lijden

In Visie nr. 12 (EO)  een artikel over kijken naar kunst in het kader van het lijden, de dood en verrijzenis van Christus*. Tekst en afbeelding zijn overgenomen uit de Visie.

STILLE ZATERDAG

pasen de zoon slaapt

Paul van Dongen
De Zoon slaapt (2010)

WEET

In de evangeliën lezen we maar één keer dat Jezus slaapt; op een boot op het meer van Galilea, terwijl er een hevige storm woedt. De apostelen zijn doodsbang en weten niet hoe snel ze Jezus wakker moeten maken. Nu is het sabbat, en Jezus’ beschadigde lichaam rust in het graf. Hoe verslagen en alleen moeten Zijn volgelingen zich niet voelen, nu ze hun grote Voorbeeld op smadelijke wijze zagen sterven? Hebben ze nog hoop, of zijn ze vergeten wat Jezus heeft beloofd?

DENK

Heb je weleens het gevoel dat God slaapt of ver weg is? Maakt dat je bang, of ben je vol vertrouwen?

BID

“Heer, soms voelt het alsof U niet bij me bent. Wilt U mij moed en geloof geven zodat ik steeds meer op U en Uw Woord leer vertrouwen? Al is het soms moeilijk, ik wil me aan U overgeven en mijn leven in Uw handen leggen.”

—————————————–

* Mede naar aanleiding van het boek Jezus voor Ogen – Beelden en woorden voor de Veertigdagentijd, Marleen Hengelaar-Rookmaker (red.), Buijten & Schipperheijn, 176 blz., € 16,90
De beeldmeditaties en beeldbijbelstudies werden ontwikkeld door kunstkenner Marleen Hengelaar-Rookmaaker. Ze richtte Artway op (www.artway.eu) dat geloof, kunst en kerk verbindt.

Stilstaan bij Jezus’ lijden

In Visie nr. 12 (EO)  een artikel over kijken naar kunst in het kader van het lijden, de dood en verrijzenis van Christus*. Tekst en afbeelding zijn overgenomen uit de Visie. (met uitzondering van deze afbeelding, in de Visie staat een schilderij van Karin Kraus)

WITTE DONDERDAG

pasen barmhartige samaritaanStefán Henrik
Samaritan (The Good Samaritan), ca. 1920

WEET

Dit schilderij gaat strikt genomen over de barmhartige Samaritaan. Maar je kunt er méér in zien. Denk bijvoorbeeld aan de voeten van de apostelen die Jezus waste. Hij was daar zo nederig bij, dat het bijna gênant werd. Maar waren de leerlingen niet twaalf kinderen die vastgehouden dienden te worden? Kan Jezus hen niet juist dicht bij Zich houden door een lijdensweg te gaan tot op het kruis? Of omhelzen zij Hem nog een laatste keer voordat Hij buiten handbereik is?

DENK

In wie op dit schilderij zie je Jezus? En welke persoon ben jij? Misschien sta je niet in dit plaatje, omdat je je afwendt van de gewonde man. Bedenk wat het zegt over hoe je Jezus ziet en welke plek je voor jezelf gekozen hebt.

BID

“Heer, nu U de dood tegemoet treedt wil ik U vasthouden. Maar dat kan niet. U vraagt van mij dat ik de mensen die op jmijn weg komen, zal aanvaarden zoals ze zijn. Ook al liggen ze ‘bebloed langs de weg’. Leer mij ook afhankelijk te zijn van Uw omarming.”

—————————————–

* Mede naar aanleiding van het boek Jezus voor Ogen – Beelden en woorden voor de Veertigdagentijd, Marleen Hengelaar-Rookmaker (red.), Buijten & Schipperheijn, 176 blz., € 16,90
De beeldmeditaties en beeldbijbelstudies werden ontwikkeld door kunstkenner Marleen Hengelaar-Rookmaaker. Ze richtte Artway op (www.artway.eu) dat geloof, kunst en kerk verbindt.

Dooddoeners, afhouders, dijenkletsers

Gisteren heb ik al kort de dooddoener  aangestipt, maar wist u ook dat er een boek is over dit verschijnsel? In 1995 verscheen Als mijn tante een snor had… Meer dan 8000 gelijkhebbers, afhouders, dijenkletsers en andere uitdrukkingen met de Nederlandse taal van Inez van Eijk. In dit boek zijn stoplappen en dooddoeners verzameld en ingedeeld in verschillende categorieën.

Tegen kinderen worden de gekste dingen gezegd:
Op de vraag ‘Wat eten we?’ Husse met je neus ertussen
Als iets lekker is: Spekkie voor je bekkie.
Als ze mee willen praten of een mening hebben: Jij? Jij bent nog niet eens droog achter je oren. Hoe oud ben je nu helemaal? Jij bent de chef bezemkast.
Als ze dorst hebben: Heb je dorst, ga dan naar Hans Worst, die heeft een hondje (etcetera)

Ook tegen anderen weten we van wanten:
Vergeetachtig? Als je hoofd niet vastzat vergat je dat ook nog.
In gedachten? Een stuiver voor  je gedachten.
Bijdehand? Zo, jij bent ook niet op je mondje gevallen.
Regel het zelf maar: Je kent de weg en spreekt de taal.
Zo kom je er: Poortje door, hekkie over.

Mensenkennis: Ons kent ons. Een mens kent zichzelf het best. Ik ken hem langer dan vandaag! Onze Lieve Heer heeft rare kostgangers.

Dikke vrienden: Dat is één pot nat. Van (met) hetzelfde sop overgoten. Waar je mee omgaat, word je mee besmet. Soort zoekt soort. Hij is er kind aan huis. Ze lopen de deur bij mekaar plat.

Cadeautjes: Dat had je nou niet moeten doen. Dat had toch niet gehoeven. ’t Is maar een aardigheidje. Het is vanuit een goed hart. Dat je er maar lang plezier van mag hebben. Het mag geruild worden.

Bedankjes: Je komt er maar een keer voor zingen. Smeer het maar in je haar. [je hoeft niet te bedanken]

Verwensingen: Je kan de pot op! Ga je moeder pesten! Krijg de rambam/het heen en weer/iets aan je lip/de zenuwen/de pip/het leplazerus

Als: As is verbrande turf. Als mijn tante een snor had, dan was ze mijn oom. Als mijn tante wieletjes had, dan was ze een locomotief. Als de hemel valt zijn we allemaal dood.

Logisch: Nogal logisch/nogal wiedes. Dat zat er dik in. Daar heb je het al. Hoe kan het ook anders.

Hoe gaat het ermee? Ach, wat zal ik zeggen… Druk, druk, druk.  Z’n gangetje… Het houdt niet over. We leven nog. Ach, je moet wat hè. Het valt wel, maar niet mee. Ik mag niet klagen anders deed ik het wel.

En dan deze nog: Ik zeg maar zo, ik zeg maar niks. Onder ons gezegd en gezwegen. Als je het mij vraagt… Drie keer raden. Dat was dan dat. Zeg nou zelf. Dat moet je nooit hardop zeggen. ’t Is wat. Práát me d’r niet van.

Dit is maar een kleine bloemlezing, onze taal is rijk aan dit soort uitdrukkingen. Breek me de bek niet open…..

En als ík een snor had, zag het er waarschijnlijk zó uit……

Onze taal, onze fouten

Het blijft een lastige taal, het Nederlands*. Er is van alles aan te merken op het taalgebruik (zowel schriftelijk als gesproken). Vooral op dat van anderen, want onze eigen fouten zijn de welbekende balk in het oog (Mattheüs 7, 3-5). Op internet circuleren de nodige lijstjes, van taalergernissen tot taalfouten.

Zo vind je genoeg voorbeelden van woorden die vaak verkeerd gespeld worden.
Zomaar eens een greep uit deze lastige jongens:
– abonnee (1 b en dubbel n)
– blocnote
– budgettair
– guerrilla (dubbele r en l)
– tezamen (dus niet tesamen)
– agressief (slechts 1 g)
– verticaal
– onmiddellijk
– sowieso (ook gevonden: so wie so, zowiezo, zo-wie-zo, sowiezo, zowieso, zo ie zo en zo-en-zo)
(overigens; ZoieZo is de naam van een hiphopformatie)
– accommodatie
– grind
– kunststof
– interview (geen vieuw)
– omtrent (geen trend)
– bureaus (geen bureaux)
– niveau (geen nivo)
– nochtans (geen nochthans of nogthans)
– satelliet (dubbel l)
– comité (1 m)
– dilemma (1 l en dubbel m)
– liniaal
– en zo kun je nog heel lang doorgaan…..

Zoals je ziet is het dus bijdehand om een goede woordenlijst bij de hand te hebben.

————

* ik pretendeer niet zelf foutloos Nederlands te schrijven en spreken, maar dat terzijde

Onze taal – de schrijver

Toen ik eens in een klooster te gast was, haalde ik uit de gastenbibliotheek een boekje met korte stukjes van Godfried Bomans. De van huis meegenomen lectuur was boeiend, maar wat zwaar vlak voor het slapengaan en ik had behoefte aan wat luchtiger leesvoer. Dit boekje, getiteld ‘Beminde gelovigen’ voldeed wat dat betreft goed.

De stukjes in dit bundeltje gingen over het katholieke leven indertijd en bevatte ook jeugdherinneringen van de katholieke schrijver. Je zou denken: dat is toch bij uitstek geschikt voor de gastenbibliotheek in een klooster, maar ik heb daar een kanttekening bij. Immers, de rust en stilte die men in een klooster zoekt, worden ernstig verstoord als gasten niet meer bijkomen van het lachen. In een klooster past hooguit een klein gniffeltje, een zacht lachje. Maar door de rake beschrijvingen die ik als het ware voor me zag, had ik bij tijd en wijle moeite me te beheersen. Maar misschien kwam dat ook wel, omdat ik juist in een omgeving was, waar stilte past.

Wat schrijft de grote Bomans zoal? Ik zal met twee voorbeelden illustreren waarom ik hem een groot schrijver vind.

Uit: ‘Priesters van vroeger’ – Beminde Gelovigen

Deze pastoor (Reinenberg) heb ik enige maanden lang voor Onze Lieve Heer zelf aangezien. Men gelieve dit niet als beeldspraak op te vatten, het is letterlijk waar. Ik was vijf, toen mijn moeder mij eens naar de paterskerk bracht, want men kon het godshuis onder het motto ‘in de kerk is altijd werk’ niet vroeg genoeg betreden. Zij wees mij bij die gelegenheid het tabernakel aan met de woorden: ‘Dáárachter zit nu Onze Lieve Heertje’, want men verkeerde in roomse kringen met het Opperwezen op nogal vertrouwelijke voet. Ik zag echter de sacristiedeur hiervoor aan en juist op dát ogenblik kwam pastoor Reinenberg eruit te voorschijn. Zo heb ik enige maanden lang het voorrecht genoten God zelf door de straten van Haarlem te zien wandelen, klein sigaartje in de mond. Helaas, op een keer nieste hij en dit kon ik met de illusie van het Opperwezen niet langer verenigen.

Ik ben te jong om optredens van Bomans gezien of gehoord te hebben, de beste man is in 1971 al overleden, maar er zijn nog steeds filmpjes van hem op Youtube te vinden. In 2006 en 2009  zijn er luisterboeken uitgekomen waarop hij voorleest uit de hoogtepunten van zijn oeuvre. Dus ook degenen die hem niet ‘meegemaakt’ hebben, kunnen hem op deze wijze enigzins leren kennen. Zelf was ik al jong fan van hem, door de leesboekjes van Pim, Frits en Ida die wij op de lagere school gebruikten. En ook op latere leeftijd bleef hij mij boeien. Hier volgt nog een stukje uit de bundel.

Uit: ‘Het Leger de Heils’ –  Beminde Gelovigen:

Op een grasveld in de Haarlemmerhout, dat meer gemeenzaam met ‘het vlooienveld’ werd aangeduid, kwam des zondagsmiddags in mijn jeugd het Leger des Heils bijeen. Omdat ik op die middag weinig omhanden had miste ik in mijn stijf gestreken matrozenpakje zelden een bijeenkomst. De soldaten marcheerden monter het veld op en gingen in een kring om hun leider staat met de vastbesloten blijheid van mensen, die weten dat ook de spotter bekeerd kan worden. Daarna nam de kapitein ingetogen zijn pet af en sprak met stijf toegeknepen ogen een opwekkelijk woord. Deze man had, zo zei men, veel meegemaakt. Hij was dientengevolge zo ruim van opvattingen, dat hij soms kwetsend werd. Zo streek hij mij een over het hoofd en vroeg of ik soms een rooms jongetje was. Toen ik dit bevestigd had riep hij royaal ‘Hindert niet hoor!’ en dit leek mij ongepast, daar immers alle mensen buiten de rooms-katholieke kerk abuis waren.

De naam Godfried Bomans viel vroeger thuis weleens, maar dan vooral als omgebogen vloek. Stel, iemand begon met Godvr…. realiseerde zich nog nét dat er kinderen aanwezig waren en eindigde dan snel met ‘ied Bomans’ om nog enigzins te redden wat er te redden viel. Godfried van Bouillon was een goede tweede overigens.

Godfried Bomans, een groot schrijver.