In de herhaling: Een dagje aan het strand, drama in meerdere bedrijven

Omdat het gisteren heerlijk weer was, lagen we weer aan het strand. Ik moest denken aan een blog dat ik 2 jaar geleden schreef. Komt-ie nog een keer:

Een warme zondag in juli. Het is druk op het strand. We liggen allemaal net iets dichter bij elkaar dan prettig is voor de privacy, maar dat is een offer dat je brengt op een warme dag als deze. Je hoort en ziet wat zich afspeelt bij andere badgasten op badhanddoeken, strandstoelen en ligbedjes om je heen. Dat levert beeldende tableau vivants op.

Links:  Papa, wat betekent factor 10? – Dat betekent dat je 10 x zo lang in de zon kunt blijven. Vandaag is de zon zo sterk dat je binnen een kwartier zou verbranden, maar als je zonnebrand op smeert, dan kun je langer in de zon blijven. –Dus bij factor 100 kan je 100 keer zolang in de zon? –Ik weet niet of dat bestaat hoor, factor 100…..

Rechts: – Hou nou eens een keer op!! Verdorie, laat je broertje meespelen! –Ja, maar hij is te klein om mee te spelen… –Nee, je laat hem gewoon meespelen, lummel die je bent! Nou is het klaar. Als jullie niet kappen dan ga ik naar huis hoor, ik zweer het.

Achter: – Opa, omaaaaaa. –Hallo lieverds, wat zitten jullie hier mooi. –Kom je zo mee schelpen zoeken oma? –Ja, straks lieverd, eerst gaan we even koffie drinken met papa en mama. –Jongens willen jullie een ijsje? –Jaaaaaa

strand2-541x350

Rechts grijpt de kleine jongen een ijzeren schep en wil er zijn oudere broer mee te lijf gaan. Die is hem te snel af en gaat er vandoor. Het jongste broertje rent schreeuwend en met de schep zwaaiend achter hem aan. –Hou nou eens op!! Laat die schep los! – Ja maar hij begon! –Nee, ophouden! En jij, laat je broertje meespelen. –Nee, hij is te kinderachtig om met ons mee te doen. –Verdorie, als jullie nu niet ophouden gaan we naar huis, ik heb hier géén zin in!!

Voor: Papa, kijk eens, die jongens hebben iets gevangen in de zee!! In die emmer. Ik ga kijken, mag dat? –Ikke ook mee kijke… -Neem jij je broertje even mee om te kijken? –Kom maar Job, we gaan naar de beestjes kijken.
De kinderen hobbelen hand in hand naar de waterlijn.
–Zou je niet even meegaan schat? –Ach joh, ik hou het wel in de gaten, als Job weg wil lopen of zo dan trek ik wel een sprintje. Het is juist goed om haar wat verantwoordelijkheid te geven. –Ach, je hebt eigenlijk wel gelijk. Kijk haar nou eens, echt een grote zus…..

Rechts vaart moeder uit tegen haar middelste zoon: –Doe eens niet zo brutaal tegen me! –Nuh! –Wat nou! Kijk me eens aan! –Nuh  –Ben je belazerd, kijk me aan zeg ik je! –Grm –Je bent strontvervelend, stuk chagrijn! Als je niet ophoudt dan gaan we naar huis! –Ik bén niet chagrijnig! –Jawel, je bent chagrijnig, dat komt door die pillen. Nou hou je op hoor!

Achter: –Oma gaan we nou schelpen zoeken? –Ja, dat is goed. Heb je een emmertje? –Hee, waar is mijn emmertje? –Ricky heeft hem. –Ricky mag ik het emmertje om schelpen te gaan zoeken? –Ja, mag ik ook mee schelpen zoeken? –Tuurlijk joh, geef oma maar een hand.

schelpen

Rechts probeert het kleinste broertje de kuil die zijn broer aan het graven is weer vol zand te schoppen. De grootste haalt uit en slaat de kleine op zijn rug. –Maham! –Ja, wat nou! –Hij slaat me. –Blijf met je poten van je broertje af. –Ja, hij begon! –Doet er niet toe, hij is vijf en jij bent dertien! Ophouden nu! –Ik ben geen vijf, ik ben pas vier. –Ophouden nu, want ik zweer het, ik pak alles in en we gaan naar huis! En als jij niet ophoudt, dan laat ik je zand eten, eens kijken of je dat lekker vind.

Links: Papa wat is ‘hoog water’? –Dat is als het vloed is, dan staat het water veel verder op het strand dan nu. –Is het nu laag water dan? –Ja, nu is het eb, kijk maar, je kunt een heel eind lopen voordat je bij de zee bent. En zie je daar dat eiland? Dat heet een zandbank. En het watertje dat ervoor ligt is een zwinnetje. – Een wat? – Een zwinnetje, een soort klein meertje. –Mag ik op de zandbank pap? –Ja, maar ik ga met je mee. –Gaan we dan ook in de golven springen? –Ja, als je mijn hand vasthoud.  En je weet het, nooit verder dan je knieën in de zee. –Kom pap, rennen!

Rechts: -God, wat ben jij vervelend vandaag! Ik word schijtziek van je als je je pillen niet ingenomen hebt! –Is toch niet mijn schuld, dat jij vergeet om nieuwe pillen voor mij te halen! –Hou eens even je brutale mond ja. Waar moet ik ze dan vandaan halen als de apotheek dicht is? –Weet ik veel. – Oh, zal ik het effe omroepen op het strand, kijken of er iemand wat voor je te leen heeft: WIE HEEFT ER RITALIN? WIE HEEFT ER RITALIN VOOR ONS? –Doe normaal mens! –Hou je grote bek nou maar, je bent strontvervelend en ik heb hier helemaal geen zin in, ik pak net zo lief alles in en ga naar huis.

Voor: Papa, mama, het waren hele kleine beestjes met poten en zo. Die zwemmen in de zee en die jongens hebben een schepnet en ze hebben ze opgevist. En Job heeft er eentje aangeraakt! –Zo, goed hee Job, dat jij dat durfde. –Papa, ze zeiden dat je die beestjes op kan eten! –Ja, dat klopt, dat zijn garnalen, die kun je koken en eten. –Eerst nog pellen. –Oja, eerst pellen, dan halen ze het schildje eraf en de pootjes en zo.  –Is dat lekker, garnalen? –Dat ligt eraan of je ervan houdt. Mama lust ze niet en ik vind ze heel lekker. –Ikke ook gralen ete…. –Ja Job, als ze gekookt zijn he, niet rauw.

garnaal2

Rechts: -Mam, mijn rug begint zeer te doen, ik denk dat ik ga verbranden. Wil je mijn rug even insmeren? –Ik zit net lekker, ik heb geen zin om weer uit mijn stoel te komen. Je bent vanmorgen al ingesmeerd. –Ja maar, het brandt. –Zeur toch es niet zo, ik word zo moe van jullie! Vier kinderen, waar ben ik aan begonnen, ik had het bij twee moeten laten.
De oom van het jochie biedt aan om zijn rug in te smeren, moeder blijft in haar stoel, waar ze overigens de hele ochtend niet uitgekomen is….

Voor vliegt een meeuw over en poept op de arm van één van de meisjes. –Gatver, hij poepte op me! –Laat eens kijken, oh, dat vegen we even weg. –Zit het niet in mijn haren mam?
Maar mam is druk bezig om een nat doekje op te diepen uit de tas, dus de oudste zus werpt zich op om onderzoek te verrichten. Als een vlooiend aapje onderzoekt ze het hoofd van haar jongere zus.
–Nee, er zit niks op je hoofd. –Weet je het zeker? –Ja, ik heb heel goed gekeken, je haar is schoon. –Oh gelukkig.

Rechts: – We hebben honger. –Ga maar even tosti’s halen bij de standtent. – Waarom moeten wij dat doen? –Niet zeiken, gewoon effe naar die strandtent lopen, zeg maar dat ik ze straks kom betalen. –Doe het lekker zelf!
De jongen loopt mokkend naar de zee.
– Yasmine, jij gaat maar even 9 tosti’s halen. En schiet een beetje op, ik heb ook honger.
Zoonlief komt terug.
– Waar is Yasmine? –Die is tosti’s halen. –Maar we zouden samen gaan –Nou, dan loop je erachter aan. –Maar het is niet eerlijk, we zouden samen tosti’s gaan halen. –Joh zeik niet, ga nou maar gewoon achter Yasmine aan, jij wou eerst geeneens de tosti’s halen.
Jezus, ik zweer het hoor, als we die tosti’s op hebben gaan we naar huis, er is geen reet aan om met jullie naar het strand te gaan.

Links, voor, achter en ikzelf hopen inmiddels van harte dat ze na de tosti’s inderdaad naar huis gaan. Zoals ik al zei, soms lig je net even te dicht op elkaar op het strand.

Advertenties

Zeg het maar!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s