Dooddoeners, afhouders, dijenkletsers

Gisteren heb ik al kort de dooddoener  aangestipt, maar wist u ook dat er een boek is over dit verschijnsel? In 1995 verscheen Als mijn tante een snor had… Meer dan 8000 gelijkhebbers, afhouders, dijenkletsers en andere uitdrukkingen met de Nederlandse taal van Inez van Eijk. In dit boek zijn stoplappen en dooddoeners verzameld en ingedeeld in verschillende categorieën.

Tegen kinderen worden de gekste dingen gezegd:
Op de vraag ‘Wat eten we?’ Husse met je neus ertussen
Als iets lekker is: Spekkie voor je bekkie.
Als ze mee willen praten of een mening hebben: Jij? Jij bent nog niet eens droog achter je oren. Hoe oud ben je nu helemaal? Jij bent de chef bezemkast.
Als ze dorst hebben: Heb je dorst, ga dan naar Hans Worst, die heeft een hondje (etcetera)

Ook tegen anderen weten we van wanten:
Vergeetachtig? Als je hoofd niet vastzat vergat je dat ook nog.
In gedachten? Een stuiver voor  je gedachten.
Bijdehand? Zo, jij bent ook niet op je mondje gevallen.
Regel het zelf maar: Je kent de weg en spreekt de taal.
Zo kom je er: Poortje door, hekkie over.

Mensenkennis: Ons kent ons. Een mens kent zichzelf het best. Ik ken hem langer dan vandaag! Onze Lieve Heer heeft rare kostgangers.

Dikke vrienden: Dat is één pot nat. Van (met) hetzelfde sop overgoten. Waar je mee omgaat, word je mee besmet. Soort zoekt soort. Hij is er kind aan huis. Ze lopen de deur bij mekaar plat.

Cadeautjes: Dat had je nou niet moeten doen. Dat had toch niet gehoeven. ’t Is maar een aardigheidje. Het is vanuit een goed hart. Dat je er maar lang plezier van mag hebben. Het mag geruild worden.

Bedankjes: Je komt er maar een keer voor zingen. Smeer het maar in je haar. [je hoeft niet te bedanken]

Verwensingen: Je kan de pot op! Ga je moeder pesten! Krijg de rambam/het heen en weer/iets aan je lip/de zenuwen/de pip/het leplazerus

Als: As is verbrande turf. Als mijn tante een snor had, dan was ze mijn oom. Als mijn tante wieletjes had, dan was ze een locomotief. Als de hemel valt zijn we allemaal dood.

Logisch: Nogal logisch/nogal wiedes. Dat zat er dik in. Daar heb je het al. Hoe kan het ook anders.

Hoe gaat het ermee? Ach, wat zal ik zeggen… Druk, druk, druk.  Z’n gangetje… Het houdt niet over. We leven nog. Ach, je moet wat hè. Het valt wel, maar niet mee. Ik mag niet klagen anders deed ik het wel.

En dan deze nog: Ik zeg maar zo, ik zeg maar niks. Onder ons gezegd en gezwegen. Als je het mij vraagt… Drie keer raden. Dat was dan dat. Zeg nou zelf. Dat moet je nooit hardop zeggen. ’t Is wat. Práát me d’r niet van.

Dit is maar een kleine bloemlezing, onze taal is rijk aan dit soort uitdrukkingen. Breek me de bek niet open…..

En als ík een snor had, zag het er waarschijnlijk zó uit……

Advertenties

One thought on “Dooddoeners, afhouders, dijenkletsers

Zeg het maar!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s