Hoe zullen we hem noemen?

Hoe zullen we hem* noemen?

Het kiezen van een naam voor je kind is nog een hele toer. Veel ouders van nu willen hun kind een originele naam meegeven, maar dat is nog niet altijd makkelijk, want ook namen kennen een soort ‘mode’. Kijk maar naar de toptienlijstjes van populaire babynamen die jaarlijks worden gepubliceerd. De laatste jaren zijn Lotte, Eva en Anne voor meisjes en Daan, Sem en Jesse voor jongens erg ‘in’. Zo heeft ieder decennium zijn eigen top-10. Uit de schoolklassen van mijn kinderen ken ik meerdere Anne’s en Claudia’s en in hun vriendenkring komen de namen Martijn, Mark en Matthijs meer dan eens voor.

Dat was vroeger niet veel anders, bepaalde namen kwamen vaker voor. Dat had toen vaak te maken met het vernoemen, namen werden in familieverband uitgebreid gerecycled. Vaak kreeg een kind een officiële (doop)naam en dan werd erbij vermeld: “en we noemen hem/haar ….” Vul maar in. Een Cornelis kon Cor, Kees of Cock gaan heten, een Johanna kon Josta, Jo of Josée worden genoemd.

Vaak kregen de kinderen uit een gezin dezelfde namen, maar in een andere volgorde. Hendrikus Adrianus Gerardus is m’n ome Henk, Adrianus Gerardus Wilhelmus mijn ome Ad.  Sommige namen komen vaak terug, in het gezin van mijn opa en oma (vaderskant) komt de naam Johannes wel 7 x voor, Gerardus 4 x.  Iedere familie kende zijn eigen favorieten; mijn moeder heet Catharina Margareta (Tini), haar zus Margareta Catharina (Greet).

Mijn favoriete mannennaam is Kees**. En dat heeft ongetwijfeld te maken met mijn vader, die Cees werd genoemd. Waarom ik ‘werd genoemd’ schrijf, in plaats van: ‘hij heette Cees’? Omdat mijn vader, Cornelis, eigenlijk Cock heette. Toen hij naar school ging werd hij daar echter ‘omgedoopt’ tot Cees, en -zo gaat het verhaal-  er werd bij gezegd: “Cock is een meidennaam, we noemen je voortaan Cees”. Hoewel dat niet de naam was die zijn ouders voor hem hadden uitgezocht, werd het de naam voor de rest van zijn leven.

Kees** is een populaire jongensnaam en ik heb dan ook meerdere ooms en neven die zo heten. Een broer van mijn moeder heet Cees en twee tantes (de zus van mijn vader en een zus van mijn moeder) zijn getrouwd met een Kees. Om ze uit elkaar te houden was het meestal het makkelijkst om hun achternaam erbij te noemen. In mijn familie de neef die Kees heet aanduiden met de toevoeging ‘van ome die-en-die’ is niet handig, want ‘Kees van ome Henk’ kan bij ons op 2 mannen slaan, zowel aan vaders- als aan moederskant van de familie was een oom Henk met een zoon Kees.

Als ik mijn eigen stamboom eens doorloop (inclusief de aangetrouwde ooms en tantes) kom ik meerdere malen een ome Theo, ome Jan, tante Greet of tante Nel tegen. Mijn schoonfamilie zorgt voor een verdubbeling van het aantal ome Wim’s, tante Ria’s en tante Jo’s (die tantes hebben beiden kaartenmaken als hobby, zodat je altijd even moet kijken van wélke tante Jo het komt).

Kortom, de vraag is al eeuwenlang dezelfde: hoe zullen we hem* noemen? En het antwoord blijkt verrassend genoeg, ook vaak hetzelfde te zijn.

*=Waar ‘hem’ staat, kun je ook ‘haar’ lezen

**= geldt voor beide schrijfwijzen Kees/Cees

Advertenties

Zeg het maar!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s